Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo werd voor Bilderdijk alles zinnebeeld. Hij had deze beschouwing, gelijk hij zelf zegt, aan Cats te danken. Wat wellust, roept hij dezen zijn oudsten en besten vriend toe :

wat wellust, als voor 't onverzaadbaar hart Uw dichterlijk Heelal het eerst ontsloten werd!

De wareld nam voor my een nieuw, een ander wezen !

't Werd me alles zinnebeeld, door u getrouw te lezen.

't Bracht alles zich op my, mijn innig zelfgevoel,

Mijn drift, mijn neiging t' huis. Myn zoetst, mijn eenigst doel Werd, mij te erkennen in mijn wil, en denkvermogen.

Wat was, hield me een tafreel van 't gene ik was, voor oogen; Heel 't lichaam werd me een beeld van 't onlichaamlijk ik, En 'k vond m« de aarde ontrukt van 't eigenste oogen blik. 1)

Zinnebeelden zijn, volgens Bilderdijk, wel waarheden maar ten halve ingezien, gelijk woorden zaken zijn, en die 't woord in zijn volle kracht en beteekenis uit, stelt de zaak daar. Zóó spreken, kan God alleen, maar op analoge wijze is al het lichaanilijke een sprake en uitdrukking van het geestelijke, waarin het rust. Er is en er kan dus niets onverschillig zijn 2). Zoo is bijv. het licht het geestelijkst element uit de wareldschepping, onmiddellijkst uitvloeisel der Godheid, uit wie alles is, het beginsel van alle vloeibaarheid, na verwant aan het water, dat het doorlaat, afflikkert en aanneemt. En het water zelf is weer van de grootste beteekenis; er ligt in Thales' gevoelen een dieper zin dan men gewoonlijk gelooft. Onze gansche natuurkennis is nog kinderspel. In hooger kringen zullen wij dat alles eerst leeren inzien, waarvan wij hier op aarde zelfs geen zweetnsel van denkbeeld hebben 3). Zoo zijn de sacramenten geene bloote teekenen, noch ook slechts zegelen, maar daar is eene diepe, innige, en in t wezen der zaak liggende correspondentie, eene geestelijke, en door ons onder geene eigen woorden te brengen, samenstemming en betrekking tusschen het beteekende en het teeken, en het beteekende wordt met het teeken medegedeeld voor die t in waarachtig geloove geniet of ontvangt 4). Zoo oordeelt hij den geestelijken zin des Bijbels wel uiterst moeilijk, maar toch gewichtig en juist. Dat alles, zoo zegt hij, dat alles in de

1) Dichtw. XII 67. 2) Brieven IV 174. 3) Brieven IV 174, V 43.

4) Brieven V 42. IV 68, 174. Verg. de verhandeling over Het Heilige Avondmaal, Opstellen I 31—46.

Sluiten