Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uw brullen is 't gehuil, waarmeê de Satan lastert;

En elke drop van 't bloed dat uw verwoedheid koelt,

Wordt mogelijk door geene eeuw van tranen afgespoeld.

Zoo dien voelde Bilderdijk de tegenstelling en vijandschap, die alle eeuwen door tusschen dier en mensch bestaat, het daetnonische, dat in den woeslen aard der wilde dieren tot openbaring komt. Maar even gevoelig was hij voor de aanhankelijkheid, de trouw, de liefde, de teederheid, de innigheid, die door de tanane dieren, door hond, paard, rund, ezel, kameel, rendier, haan, duif enz. aan den mensch werd betoond. Alleen voor de kat maakt hij eene uitzondering. Hij waardeerde, dat zij het knagend ondier weert uit voorraadschuur en spinden, maar vond in haar bedrieglijk hart iets van den duivel terug, die lustziek dartelt, of verraderlijk vermoordt, hij gruwde van het valsche vuur, dat uit hare oogen gloorde, en achtte andere dieren daarom een teederder lofvermelding waard.

Zoo de dieren beschouwend, schreef hij hun een bovenaardschen geest toe, die bij den dood zich niet in de lucht oplost, maaide onsterfelijkheid deelachtig is. Wel is er tusschen mensch en dier dit onderscheid, dat bij den mensch het lichaam tot zijn wezen behoort en dus ook weder opgewekt wordt, dat daarentegen bij het dier het dierbestaan, dat niets anders is dan gewaad, afgelegd wordt en vergaat. Maar de geest, die in het dier woont, blijft;

't Omwindeld wezen breekt uit de omgewonden doeken • De geest, zijn dierpels uit, om 's Vaders huis te zoeken'; De slaaf, zijn tuchtkluis. Tucht en tuchtstaat liepen af' En nieuwe stand neemt plaats; herstel, of — zwaarder straf.

Over de waarde der hypothese, door Bilderdijk in dit dichtstuk voorgedragen, zal het oordeel ver uiteenloopen. Maar over het diepe inzicht in de dierenwereld, over de geniale conceptie, over de poetische beschrijving, over de prachtige taal kan geen verschil van gevoelen bestaan. Aan het slot zijner voorrede zegt Bilderdijk, dat de ruwste en zinnelijkste begrippen, die de godsdienstleer inboezemt, meer innige waarheid bevatten en het hart nuttiger zijn, dan eene valsche philosophie, die ze meent te zuiveren en een slip van het gordijn op te lichten, dat nog over 's nienschen ziel en hare betrekkingen hangt. En hij voegt er don wensch aan toe : Mochten zij dit willen begrijpen, die er de meening

Sluiten