Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt ook door ons telkens in het leven toegepast, bijv. als wij geen omgang willen niet den zoon van een misdadiger. Wie leeft er die een zoon van Robespierre tot een deelgenoot in eene onderneming zal willen? Wie zou zijne dochter aan eenen bewezen afstammeling van Judas, zoo er die bestond en bestaan kon, ten echt willen geven ? 1)

Ook hier bij de erfzonde komt sterk het beginsel uit, waarvan Bilderdijk steeds uitgaat. Het menschelijk geslacht is één, en de betrekking tusschen ouders en kinderen is niet willekeurig en toevallig, maar noodwendig. Het bestemmende van ieder mensch ligt in zijne afkomst, 't Was niet louter ijdelheid, als Bilderdijk voor zichzelven prijs stelde op eene oude, adellijke afstamming 2). Een perkamenten brief, met zegels en gouden bullen, was voor hem het hoogste niet, en geen achting koesterde hij voor den man, die met de deugd van zijn verstorven vaderen zijne ondeugd, met hun eer zijne schande wilde toedekken 3). Maar wel schatte hij eene deugdzame, Gode welbehagelijke afkomst hoog. Want rechtschapen adeldom is 't erfgoed der natuur 4).

Geboren, toonen wij uit wie wij zijn gesproten En de ouderlijke stam is kenbaar aan de loten.

Wie ware grootheid aamt en echten heldenmoed,

Diens tytel is zijn naam, diens rijkdom is zijn bloed. 5)

De voortteling is bij Bilderdijk dan ook geen nieuwe schepping, maar alleen eene ontwikkeling van wat er reeds is, en dat zoowel naar de ziel als naar het lichaam. Eigenlijk is er geen ikheid, geen individu, geene individualiteit, want dit denkbeeld, zooals wij het gewoonlijk begrijpen, is niets anders dan een gevolg van onze lichaamlijke verbeelding omtrent ruimte en tijd. Het is eene inperking eens voorwerps binnen zekere palen van die beide, maar daardoor zoo bedrieglijk als die beide en even valsch. Omdat men dit niet inziet, brengt men allerlei tegenwerpingen en bezwaren in tegen vele geopenbaarde waarheden, zooals de drieëenheid, de erfzonde, de voldoening van Christus, de éénwording met Hem door het geloof enz. Al deze waarheden worden begrijpbaar en klaar voor ons in die oogenblikken, waarin wij

1) Verg. de verhandeling: Over de Erfzonde, Nieuwe Mengelingen I 261v. 2) Da Costa, Mensch en Dichter 78v. 3) Dichtw. XIII 183. IX 394. 4) Dichtw. XIII 188. 5) Dichtw. XIII 308.

Sluiten