Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om niet elkander te raadplegen, en zich tot een eenstemmig besluit te vergelijken ! Maar men geeft eigendunkelijk aan een van die alle (het geliefd en aangebeden verstand, waar men zich, zoo te onrecht, zoo oneindig op voor laat staan) een opper- en wetgevend, een hoofdgezag, waar al de rest onder bukken moet. En dit met geen ander gevolg, dan dat in zedelijkheid, waarheid, en smaak (dus, in alles) de wijsgeer een rijk van beschouwing oprecht, 't geen hij hoogstvoortreffelijk vindt, doch waarmee het natuurlijke, waarin iedere menschelijke vatbaarheid zijn eigen recht vasthoudt, nooit overeenstemt; zoo dat men, de eene duizend jaar voor, de andere duizend jaren na, bij een overvloed van systemata, de tilozotische wereld altijd met de wezendlijke strijdig gevonden heeft, en de eerste steeds vruchteloos aan de laatste wilde opdringen 1).

Daartegenover legt Bilderdijk ten grondslag van zijne anthropologie de harmonie tusschen de verschillende vermogens des menschen, door welke de eene vatbaarheid met de andere samenstemt, door de andere opgewekt wordt, en het gevoel van beide, van alle, in één vloeit, en geheel den mensch doet genieten. Deze harmonie doet in alles zich op. In de bloote zintuigen, die wij uiterlijke noemen, is zij het, die door willekeurige of voorbedachte klanken de aandoeningen des gezichts, bij voorbeeld, in ons werkt; en niet bloot de verbeelding, en door deze, onze driften en hartstochten in beweging brengt, maar ook op eene onmiddellijke wijze de scheuring der pijn, de kitteling des vermaaks, en de prikkeling der ongerustheid, met de zalving der hoop overstort. De geheele lichaamlijke mensch is één wonderbaar zintuig, waarin de zoo weeke zenuw de plaats van gespannen snaren bekleedt, en het onbegrijpelijk licht dat ze doordringt, dat fijn en ontzachlijk iniddelding tusschen geest en lichaam, het onverklaarbaar vehikel is, waardoor al hetjjeen men

' 'O

gewaarwording noemt, van het een tot liet ander overgaat. Maar ook tusschen de verschillende vatbaarheden die men niet dan als onlichaauilijk kan aanmerken, is datzelfde verband. De verstandelijke mensch ziet icuurheid, de zedelijke gevoelt goedheid; maar het hart deelt in het genot des waarheidsgevoels als een goed, het verstand in de zaligheid van het innigst heilgenot als een waarheid, en het is dus, dat door het gelijkelijk getroffen worden

1) Taal- en Dichtk. Verscheidenheden II 14.

Sluiten