Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar voor de gestadige waarneming des oplettenden toont en bewijst het zich dagelijks en in alles 1).

Deze harmonie der menschelijke natuur onderstelt dus, dat ieder vermogen en elke kracht, die in haar aanwezig is, zijn eigen aard bezit, zijn eigen werkzaamheid oefent en in eene eigenaardige wereld binnenleidt. „Onze zintuigen hebben elk een bijzonder voorwerp, hetgeen met dat van geen ander te verwisselen is. Ter erkenning van de aansloting des lichts is ons gezicht ; tot die van de luchtgolving of drilling, ons gehoor ; tot die van de vluchtige of geestzoulen, de reuk ; van de vaste en in 't speeksel ontbindbare zouten, de smaak; tot erkentenis eindelijk van de samenhanging der stof, het gevoel. Verwissel men deze voorwerpen, en rieke of proeve men het licht of den klank, zoo men kan !" 2)

Wilt ge ook de klanken zien'? Wilt ge ook de kleuren hooren ?

Neen, zegt ge, één zintuig is voor beide niet bekwaam. —

Zoo is 't, de vatbaarheên, den stervling aangeboren,

Gaan, door hun aart verdeeld, niet bij één denkvorm saam. 8)

Ten sterkste kwam Bilderdijk er daarom tegen op, dat de eene vatbaarheid aan de andere opgeofferd of ten koste van eene andere overdreven geoefend werd. „Het geen men ten aanzien van 't heilig onberispelijk Opperwezen gezegd heeft : Geeft Gode de eer van allk zijn eigenschappen gezamkndi.uk, en waar tegen (helaas!) zoo veel en zoo gruwzaam gezondigd wordt, als men Zijne eene volmaaktheid door de andere verduistert; dit zelfde is ten aanzien van 't Goddelijk werkstuk, den mensch, even juist. Geen der eigenschappen, in zijne ziel gelegd, moet men uitroeien ; geen eigenschap onder eene andere verslaven ; maar alle erkennen, en in 't juiste verband en den waren samenhang aanschouwen en waardeeren." 4)

Deze regel geldt allereerst op lichamelijk gebied van de zintuigen. Het was een Abderietenstreek van Democritus, dat hij, om de natuur beter te kennen of te verklaren, zich van het gezicht beroofde, al moet men bekennen, dat de zoogenaamde natuur-filozofen zijn voorbeeld meesterlijk gevolgd zijn 5). Als

1) Taal- en Dichtk. Versch. II 39—42.

2) Verhandelingen bl. 162. Brieven V 48. 3) Dichtw. VI 3.

4) Verhandelingen bl. 12. 5) Verhandelingen bl. 1B7.

Sluiten