Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigde afval en verzaking van Hem en zijne weldaden 1). Zoodra wij niet onze geheele aandacht aan de denkbeeldige aftrekkingen geven, d. w. z. niet in het verstand en zijne werkzaamheid het één en al van den mensch zien, maar daarachter teruggaan tot het innigste en diepste van ons wezen, zoodra wij onszelven gevoelen, gevoelen wij volgens Bilderdijk ook terstond onze afhankelijkheid, en dit gevoel is ons dan geheel meester. Maar dit gevoel van afhankelijkheid bestaat niet alleen negatief in dat van ongenoegzaamheid van onszelven, maar het is ook positief een gevoel van invloeiïng eens hoogeren wezens, waarvan wij afhangen 2). Dit gevoel is dus passief; het verstand wil per se actief zijn, rechter, wetgever, God en leidt dus tot autolatrie, hetwelk zijne oorzaak heeft in den menschelijken hoogmoed, maar omdat dat verstand langs dien weg tot allerlei dwaasheden komt en krachtens zijn natuur geheel en al aan het gevoel als de eigenlijke bron van kennis gebonden is, daarom is de mensch van huis uit en in de eerste plaats passief; hij hoeft niets van zichzelf, maar moet alles eerst ontvangen. Met het gevoel is het gesteld als met de uiterlijke zintuigen, gezicht, gehoor enz., het is in zichzelf niets dan vatbaarheid voor de inwerking en invloeiïng van God en van de gansche wereld 3).

Dit gevoel is nu op tweeërlei wijze genuanceerd, het staat als het ware naar twee zijden open, voor de inwerking der lichaamlij ke en der geestelijke wereld :

Neen, de Almacht, die ons wrocht, bedeelde ons niet zoo schaarsch;

Gaf andre vatbaarheen dan voor 't bedrieglijk aardsch,

En wyzigde ons gevoel voor stof en stofloos tevens,

Als beider aanverwant, genoot van beide levens. 4)

Lichamelijk of zintuiglijk genomen, is het gevoel gebonden aan de gewaarwordingen en waarnemingen, door d^ zintuigen verkregen Bj. Maar al is het, dat Bilderdijk het lichaamlijk gevoel soms van de zintuiglijke gewaarwording afhankelijk maakt, zijne eigenlijke gedachte is toch eene andere. De zintuiglijke gewaarding brengt ons toch alleen met de zichtbare, dat is met de phaenomenale wereld in aanraking, levert ons de stof voor de beelden of voorstellingen van de verbeelding, en dan

1) Verhandelingen bl. XXI. 2) Verhandelingen bl. 134. 3) Brieven 1283,284. 4) Dichtw. VII115. 5) Verhandelingen 132, 153. Brieven V 48.

Sluiten