Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te meer is dit hier het geval, wijl het tegenwicht menigmaal het gewicht overweegt en de raderen rugwaarts wendt. Ja, gaat niet geheel het menschelijk leven om in de beurtelingsche verwisseling van een volkomen verlammen of stuiten der veer, en een werkeloos toegeven aan hare drijfkracht ? 1) De ondervinding leert dagelijks, dat het verstand den plicht in rechtstreeksche strijdigheid met de drift ziet, en dan gaat het gewoonlijk naar den regel: video meliora proboque, deteriora sequor (lk zie, 'k erken den plicht, maar volg de stem der drift), of het verstand zelf maakt zich dienstbaar aan de drift en smeedt gronden ter wettiging van den gruwel, waar het hart zich aan overgeeft 2).

Het verstand is derhalve voor de leiding van het hart niet geschikt. Voor zoover het niet anders dan een abstraheerend vermogen is, is het tot beheer van onszelven even weinig in staat als de bloote ontleding en afscheiding van aderen, zenuwen, spieren en ingewanden tot heel- en geneeskunst. Bovendien mag het verstand het hart even weinig verdrukken en overheerschen, als het zenuw- het spier- of adergestel, en het vaatstel dat der ingewanden. Dan alleen zouden verstand en gevoel weer onbedrieglijk zijn, als de verbroken eenheid en volmaakte harmonie tusschen 's menschen vatbaarheden hersteld was. De samenstemming en samenwerking ware dan het onderpand van een waarheid en zedelijkheid, die ineenvloeit 3).

Maar nu is er nog een ander vermogen of vatbaarheid in den mensch, n.1. de reden 4). Deze reden is nu in het algemeen die geschiktheid in den mensch, welke onze geestelijke vermogens in hunne werking of aanwending regelt of regelen moet naar het einde, waartoe zij bestemd zijn. Zij is dus boven, en zoo eindeloos hoog boven het verstand, als zij het boven de drift of begeerte is. Zij is bij ons eene abstractie, eene bloote abstractie, en niet een bijzonder vermogen, maar, in hooger bevatting, eenzelvig met het doel en de naar dat doel strekkende werking der

1) Verhandelingen bl. 53. 2) Verhandelingen bl. 183. 3) Verhandelingen bl 183.

4) Bilderdijk schrijft rede in den zin van gesprek, en reden in de beteekenis van vermogen der samenschakeling van onze denkbeelden, hoewel hij erkent, dat de in de 18e eeuw opgekomen onderscheiding willekeurig is. Verklarende Geslachtslijst der Nederduitsche Naamwoorden II 406.

Sluiten