Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet ware beginsel der zedekunde is te zoeken in de eenheid en saniensteinniing van twee vatbaarheden in onze natuur, nl. van een trek of instinct en van het redebesef. Een van beide is niet genoeg. Het voldoen van een natuurdrift moet de toestemming der rede hebben, en de aanschouwing der rede moet gepaard gaan met de aandrift der natuur. I)e natuurdrift, die ganseh in het algemeen ons tot handelen drijft, is het zoeken van vermaak en het vlieden van smart. Dit geldt in het natuurlijke, als wij honger, dorst enz. hebben ; maar dit is ook op onze zedelijke daden van toepassing. Want het liefhebben van den naaste is een bevel, maar tevens een behoefte, een drang der natuur. Wanneer de mensch niet gevallen ware, maar nog in een rechtschapen staat van lichaamlijk en geestelijk zijn verkeerde, dan zou deze liefde tot den naaste, als eenheid van bevel en behoefte der natuur, het geheele en eenig beginsel der natuurlijke zedeleer zijn.

Nu is echter deze algemeene natuurdrift in het verval, waarin wij zijn, verduisterd en werkeloos geworden. Maar toch niet zoo, of het is in het lichaandijke en het redelijke, in het natuurlijke en zedelijke nog duidelijk kenbaar. Ieder kan zich daarvan overtuigen. De mensch kan zijn evenmensch, zijn medeschepsel niet zien lijden, geen teeken van lijden zien of hooren geven, zonder te lijden ; niet zien of hooren juichen en vrolijk zijn, of hij is het met hem. En wel te doen, welk een wellust; doen lijden, welk een lijden is dat! Niet dan de verstomping door opvoeding, langdurige gewoonte en verharding in valsche grondbegrippen of bedwelming van zich boven alles verheftende driften, verdooft deze gevoeligheid, de allerfijnste en alleraantreklijkste, welke ons eigen is. Ja, 't is zoeter met anderen te lijden, dan bij 't lijden van anderen te genieten. Men zie het in de kinderen, en men zal verstaan, waarom hun Engel voor Gods aangezichte niet bloost.

Dit beginsel is dus een natuurlijke eigenschap van den mensch, het rust op de eenheid zijner natuur, op de samenstemming van al zijne vatbaarheden, op de harmonie van ziel en lichaam. En het stemt overeen met het Evangelie, met geheel de openbaring, met geheel de schepping, met den trek tot vermaak, met de vervolmaking van onszelven 1). Immers, Bilderdijk heeft het elders

1) Opstellen I 85—98.

Sluiten