Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al is mijn principe 't juist geopponeerde. De staat van oorlog is in den verdorven mensch gegrond, en te volkomener, naar mate zijn verhand niet de geestenwareld minder is. En die staat van oorlog is verwoestende voor het menschdom, en niet dan door een hooger principe, dat naamlijk van eene geestelijke eenheid, waar van het gevoel in ons hart gebleven maar verduisterd is, weg te nemen. Dit gevoel, hersteld in zijn primitive zuiverheid, kracht en levendigheid, zou de uienschen tot eene Engelensoeieteit maken, als waartoe zij antecedenter bestemd zijn ; en 't is ook het wezendlijke en onveranderlijke van ons eigenlijk wezen, en dus het hoogste in ons, zonder 't welke alle zoogenaamd recht op een hypothesis of op cgoistische politi/ke steunt, welke laatste hoe langer hoe meer en in de civile legislatiën en in de zoogenaamde levenswijsheid eenig en alleen ten throon zit, en die Salomon zelf (maar als een onderhoorig en gesubordineerd principe) in zijn Spreuken reeds aannam, docendi causa, doch niet als primum mobile van gedrag of grond van zedelijken plicht 1).

De laatste woorden maken de bedoeling van Bilderdijk al bijzonder duidelijk. Heel de Hobbesiaansche theorie doet bij hem, evenals eene hulplijn in de mathesis, slechts dienst, 0111 tot zijn eigen principe te komen en den grondslag aan te bevelen, waarop hij zijn natuurrecht gaat opbouwen 2). Bilderdijk wil er mede zeggen : de rechten van den mensch zijn inderdaad in zijne natuur gegrond, maar als men daarnaast niets meer aanneemt als in diezelfde natuur gegrond, dan kan alleen een niet rechtenn verplichte daad van willekeur (n.1. een verdrag) aan de botsing der rechten en aan den oorlog van allen tegen allen een einde maken, want de rechten van den mensch, in het afgetrokkene, zijn oneindig en komen dus met die van anderen in strijd. Om waarlijk een natuurrad te verkrijgen, dat tevens werkelijk een natuurrecht is, moet er dus nog een ander beginsel aangenomen worden, dat evenzeer in de natuur van den mensch is gegrond en dat van huis uit, van liet allereerste oogenblik af, die, abstract genomen, oneindige rechten inbindt, beperkt, omschrijft.

Dit tweede beginsel komt echter niet zoo maar van buiten af er bij, om de rechten te beperken. Want al noemt. Bilderdijk die rechten

1) Brieven III 118.

2) Ook in de verhandeling zelve komt dit uit, bl. 31, 41, 66, 81, 86.

Sluiten