Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu bevat de taal volgens Bilderdijk drie bestanddeelen. Er zijn woorden in, die uiting geven aan gewaarwordingen, zooals gevoelskreten, tusschenwerpsels; er is eene tweede groep van woorden, die geluiden nabootsen ; en er is eene derde (verreweg de grootste en voornaamste) klasse van woorden, die bewuste toepassing zijn van klanken op verschijnselen, opzettelijke nabootsing door onze organen van liet kenmerkende, dat in de dingen is. Dit zijn de elementen, die in alle talen voorkomen. Alle talen hebben toch een gemeenschappelijk, zielkundig beginsel ; er is in den grond maar ééne taal onder de nienschen 1). De volksspraak rust en moet altijd rusten op denzelfden grond van innig gevoel bij zintuiglijke opvatting en dienovereenkomstige aanwending der spraakdeelen 2). Het is toch eene verregaande dwaasheid, te wanen, dat eene bijzondere taal, ten aanzien liarer woorden geheel op ziehzelve zou staan. Inderdaad, gelijk ziel, en zin- en spraaktuigen aan alle menschen gemeen zijn, zijn het ook de resultaten van die, en dus de grondwoorden ; schoon verschillende beschouwing van de eigenschappen der voorwerpen, waaraan men ze onderkende en naar benoemde, geheel onderscheidene namen aan 't zelfde ding geven deed. Benamingen maken dus 't onderscheid in het stoffelijke der talen, maar woorden niet, dqu voor zoo veel er verschil in de spraakvermogens is. Doch het groote onderscheid der talen bestaat in 't onstoffelijke, dat is, in de verstandelijke aanwending der afleidingen uit de wortelklanken gevloeid, tevens met de vervorming en verbinding der woorden ; en het is de verscheidenheid hierin, die eigenlijk de bijzondere taal eener natie en hare bijzondere spraakkunst maakt 3).

Daarmede kwaui de methode overeen, welke Bilderdijk bij de etymologie en de afleiding der woorden in toepassing bracht. Hij stelde daarbij geen breed en diep historisch onderzoek in, om een woord van zijn eersten oorsprong af in zijne dikwerf eeuwenlange ontwikkeling en vervorming tot op heden toe na te

1) Vergelijk het citaat uit Bilderdijks onuitgegeven Inleiding tot zijne taalkundige lessen, bij Ten Kate bl. 153.

2) Verklarende Geslachtlijst der Nederduitsche Naamwoorden I. Voorrede bl. 1.

3) Verkl. Geslachtlijst I, voorrede bl. 2.

Sluiten