Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt hij herhaaldelijk in groote moeilijkheid. De anecdote is bekend, dat hij het bezwaar, tegen zijne theorie aan het woord rust ontleend, alleen beantwoorden kon met de opmerking, dat de beweging, die in de r lag opgesloten, in de xt tot rust kwam. Bilderdijk meende ten onrechte, dat de oorspronkelijke wortelklank nog altijd in de woorden bewaard was gebleven; hij ging veel te vroeg aan het dogmatiseeren, en had te weinig oog voor de groote, historische veranderingen, welke een woord in den loop der tijden ondergaan kan en dikwerf ook, tot onherkenbaar wordens toe, ondergaan heeft.

Maar deze verkeerde toepassing mag ons het oog niet doen sluiten 1) voor de groote waarde van het beginsel, dat Bilderdijk tegenover de verdragstheorieën van zijn tijd heeft uitgesproken. Dat beginsel houdt in, dat er evenmin in de taal als ergens elders plaats is voor toeval of willekeur. Alles, ook het geringste en onbeduidendste heeft zijne oorzaak, zijne beteekenis. Elke taal, ieder woord, alle wortels met voor- en achtervoegsels, alle letterklank en letterteeken, alle uitspraak en schrift hangt onverbrekelijk, door een kleinere of grootere reeks van tusschenschakels, met den mensch saam, met zijn gansche, lichaamlijk en geestelijk wezen, met het innigst van zijn zielbestaan, met zijn diepste zelfbesef en zelfgevoel. Bilderdijk heeft zelf te veel de exacte, historische studie verwaarloosd. Maar zijn beginsel staat deze niet in den weg, doch eischt en bevordert ze. Hij heeft voor de diepste en breedste onderzoekingen van de talen, voor eene wetenschap, voor eene philosophie der taal den weg gebaand. En dat hij dit heeft kunnen doen en werkelijk gedaan heeft, dat hij zich ook op dit gebied aan het oppervlakkig rationalisme heeft kunnen ontworstelen, en eene eigen richting zelf ingeslagen en anderen aangewezen heeft, dat heeft hij te danken aan het allesbeheerschend beginsel, dat hem bij en in alles geleid heeft, aan het beginsel der eenheid, welke door de liefde zich uitbreidt, en door haar alles in stand houdt en organisch verbindt.

Er vloeide uit de toepassing van dit principe in de taalwetenschap nog eene andere, belangrijke gedachte voort. Als de taal

1) Zooals dat bijv. het geval is bij Dr. Jan te Winkel, Bilderdijk lotgenoot van Multatuli, bl. 25—34. Prof. de Vries oordeelde andera, Kollewyjn II 327.

Sluiten