Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en waardoor de mensch alles 't geen hij als dier door 't zintuiglijke en als menseh door 't verstandelijke en zedelijke geniet, in dat geestelijk en naar 't Goddelijke gelijkend gevoel oplost en versmelt, dat de zaligheid van zijn bestaan uitmaakt, en waarvoor hij bestemd en geboren is l).

Dat de menseh de schoonheid, die eenheid is, erkennen en genieten kan, heeft dus zijne oorzaak daarin, dat hij zelf eene eenheid is. Gelijk de geheele lichaamlijke mensch één wonderbaar zangtuig is, zoo staan ook de verschillende vatbaarheden, die men niet dan als onlichaamlijke kan aanmerken, onderling in het nauwste verband. De verstandelijke mensch ziet waarheid, de zedelijke gevoelt goedheid, maar het hart deelt in het genot des waarheidsgevoels als een goed ; het verstand in de zaligheid van het innigste heilgenot als een waarheid ; en het is dus, dat door het gelijklijk getroffen worden van beide dat wonderzinnig gevoel ontstaat, dat wij schoon noemen 2). Het schoon is een geestelijke aanschouwende gewaarwording van volkomenheid, door of ter gelegenheid van zintuiglijke aandoeningen in ons opgewekt. Wij genieten het door het innig en onstoflijk gevoel, door hetwelke wij eigenlijk zijn. In stoffelijke voorwerpen, waarvan de zintuiglijke aanschouwing dat heeft, dat wij ze bij deelen beschouwen, kunnen wij ons niet onthouden van eene opmerking bij deelen en opvolging ; maar het is, wanneer het innig gevoel * dit verstukkelen van het voorwerp verdooft, en de eenheid gevoelen doet, dat het schoone eerst ontstaat. Het is Eenheid gevoeld, 't geen wij schoonheid noemen 3).

Met deze opvatting stond Bilderdijk wederom lijnrecht tegenover hen, die de schoonheid sensualistisch, maar ook tegenover die allen, die ze rationalistisch trachtten te verklaren en ze in verscheidenheid of volkomenheid lieten bestaan 4). Wel noemde hij zelf eenmaal volkomenheid het wezen der schoonheid, maar hij had er dan toch eene andere bedoeling mede. Bij Bilderdijk was volkomenheid of liever volmaaktheid niet een abstract, verstandelijk begrip, waaraan het schoon door ons getoetst moet worden, maar eene uitdrukking, eene afspiegeling van de volmaakt-

1) Taal- en Dichtk. Verscheidenheden II 20, 21. Verg. ook Verhandelingen bl. 166, 167.

2) Taal- en Dichtk. Versch. II 39. 3) Verhandelingen bl. 165, 166. 4) Verhandelingen bl. 166, 167.

Sluiten