Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet het gansch bezit der aarde,

Maar het Godsgeschenk, de vrouw! 1)

Men mag dus niet zeggen, dat Bilderdijk de vrouw laag heeft gesteld. En al zouden de mannen dat beweren, Catharina Wilhelmina Schweickhardt zegt het niet en de vrouwen evenmin, die het onder de emancipatieleuze nog niet verleerd hebben, dat eene liefde, zoo diep en innig, zoo trouw en duurzaam als Bilderdijk voor zijne gade gevoelde, de zaligheid der vrouw uitmaakt.

Maar juist omdat Bilderdijk dit wist, geloofde hij ook het woord der Schrift, dat de man het hoofd is der vrouw. Ook hier wilde hij van eene gelijkheid, die de verscheidenheid uitwischte en daardoor ook de eenheid en samenstemming verbrak, niets weten. De vrouw, zoo roept hij den man toe,

Bidt, in uw arm gekneld, in u haar Schepper aan ;

Ontfangt uw wil, uw wet, met eerbied, met genoegen;

En stort zich uit in 't hart, dat u de borst doet zwoegen.

Kent, kent ze een wareld, kent ze een zoetheid, één genot,

Dan 't lezen in uw oog, haar wetboek, en haar God ? 2)

Deze ordening is voor Bilderdijk geen abstracte theorie, maar de grondslag van het huwelijk, de bron van het echtgeluk. Hij handhaaft ze niet als eene leer, maar wil ze toegepast hebben in het leven, en houdt ze aan zijn eigen dochter bij haar huwelijk voor :

Breng dan nu, ik durf het eischen, en ik sta ze willig af,

Al uw liefde en teerheid over aan den man dien God u gaf!

Leer hem achten, eer bewijzen, onderwerping, hulde, trouw!

Al uw eerzucht zij verslonden in den eernaam van zyn vrouw!

Hang het hart aan zijne wenken, aan zijn wenschen, zijnen zin!

Schat u zalig in zijn liefde; beider heil berust hierin.

Heilig in uw hart dees lessen van het stervend Vaderhart:

Haar vervulling zal vertroosten in een onverdiende smart;

Zal in somberheid verkwikken; smaak verleenen aan de vreugd;

Zonder dit, mijn waarde Dochter, is voor't Vrouwlijk hart geen deugd :

Zonder dit, geen heil op aarde, zelfs in 't allerstreelendst lot;

Zonder dit, in 't prangend lijden, zelfs geen toevlucht meer by God.

Hij, dien God u heeft geschonken tot beschermer, heul, en hoofd

Moet u 't beeld zijn van de Godheid, die der Echtkoets heil belooft.

Vader, was ik om mijn kindren; Ega, zyt gij om dien man:

Wees hetgeen gij zijt Volkomen, en verwacht Gods zegen dan !

1) Dichtw. XI 519. 2) Dichtw. VII 134, 135.

Sluiten