Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide, en inzonderheid de laatste, liet tooneel eener machtige worsteling tusschen twee lijnrecht tegenover elkaar staande beginselen. Evenals bij Augnstinus, is bij Bilderdijk de historie een tragisch conflict tusschen het Godsrijk en de wereldrijken, waarin de persoon van Christus de centrale plaats inneemt, alle Gode vijandelijke macht zich onderwerpt en den eindelijken triumf van het Godsrijk met al zijne heerlijkheid tot stand brengt.

De geschiedbeschouwing van Bilderdijk draagt daarom een religieus-ethisch karakter. Evenals de natuur, is de geschiedenis (iods werk. Zij draagt ten opschrift: de Heere regeert, en kenteekent de Voorzienigheid op de blinkendste wijze 1). Uitdrukkelijk betuigde Bilderdijk, gelijk boven reeds werd opgemerkt, zijne instemming met het woord van Pascal, dat een recht inzicht van 's menschen val en verderf alles klaar maakt en niets, buiten dit inzicht, dan bloote verwarring en raadsel is, en hij liet nooit na, zijn jonge lieden bij alle gelegenheden dit te doen opmerken 2). Des menschen val in Adam, en daarmede in verband des menschen herstel in Christus was voor hem de hoofdinhoud der wereldgeschiedenis, de oplossing harer raadselen, het licht in de anders chaotische menigvuldigheid der gebeurtenissen. De geschiedenis bestaat dus niet in eene onsamenhangende, toevallige reeks van feiten, maar deze worden alle saamgehouden en verbonden door ééne gedachte. Er loopt van het begin tot het einde ééne draad door. Er is plan en gang, wording en ontwikkeling in. Ook de geschiedenis vertoont het kenmerk van de eenheid in de uitbreiding, de inenschheid hangt niet alleen in de breedte, maar ook in de lengte saam. In den ontzachbren dag der dagen worden alle geslachten saamvergaderd, als parels, aan een snoer geregen 8).

De religieus-ethische geschiedbeschouwing leidt Bilderdijk dus niet tot eene miskenning van de wet van oorzaken en gevolgen, uiaar juist integendeel tot de overtuiging, dat alles in natuur en geschiedenis met elkander in organisch verband staat, Geschiedenis is niet maar eene aposteriorische opsomming van gebeurtenissen, doch eene wijsgcerige ontleding der foiten als resultaten van zeer samengestelde, algemeene en bijzondere oorzaken. Wie alleen de feiten kent, zonder haar oorsprong, is den naam van geschiedkundige niet waard, evenals hij geen natuurkundige is, die de

1) By Ten Kate t. a. p. bl. 43. 2) Brieven III119. 3) Dichtw. VII131.

Sluiten