Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geering van Christus in zien, wel miskend, misbruikt en verbeurd, evenals zijne verschijning in 't vleesch miskend en verbeurd werd bij do Joden. Maar liet was toch eene heerschappij van Christus. De vorsten gaven geen Paus als mcnsch, als paap, als vorst, hun gczng en hun goed, maar als bekleedende den hoofdzetel in Christus' rijk, als Zijn stedehouder op aarde. Zij gaven het Christus, onderwierpen zich aan Hem, en erkenden zich zijne onderworpene onderdanen. En hoe gelukkig ware Europa geweest en geworden, ware die monarchie, die voor 't uiterlijke en een tijd lang zich dus voordeed, gebleven !

Maar dit heeft niet zoo mogen zijn. De groote fout heeft toen bestaan in het herstel der Romeinsehe monarchie. De eerste Christenen meenden zeer terecht, dat deze monarchie met Christus' rijk onbestaanbaar was. Maar later zag men dit voorbij, herstelde het Romeinsehe rijk, vernieuwde den Keizerlijken naam en wilde deze met het rijk van Christus vereenigen. God gaf toen zijne kerk over aan invloeden, die haar verwoesten moesten. Tusschen kerkelijke en wereldlijke macht ontstond een conflict, dat eeuwen duurde. De staten kregen tweeërlei heerschers, die tegen elkander worstelden, en beschouwden den godsdienst als een vreemdeling in den staat; en de geestelijke macht nam beginselen aan en oefende daden, die met het Christendom onbestaanbaar waren en de geheele kerk verpestten.

Deze toestand werd nog verergerd door de invloeden, die van buiten zich deden gelden. In de Christenwereld was er al vroeger een geest van studie en beschaving des verstands opgekomen, die, als Europa aan zichzelve ware overgelaten gebleven, zijne eigen richting zou genomen hebben en heilzaam geweest zou zijn. Maar er greep een noodlottige invloed van buiten plaats. Het Christendom werd in het Oosten door het opgekomen Islamisme onderdrukt ol uitgeroeid. Mohammedanen, en Grieken, die geen godsdienst hadden, brachten toen Europa de letteren en wetenschappen aan 1).

1) De invloed van Plato, Aristoteles en heel de Heidensche philosophie op de Christelijke wetenschap werd door Bilderdijk zeer ongunstig beoordeeld, en met de scholastieke philosophie had hij weinig op. De eenvoudige openbaring werd erdoor verwisseld met verstandelijke stelselsmeding, en de philosophie, eerst dienstmaagd, werd allengs beschutster, lijltrawante en dienaresse van den godsdienst; straks verhief zy zich tot gezellin, geleidster, en, naar den aard eener oude dienstbode, tot huishoudster en huisvrouw, die de wettige vrouw de deur uitbonsde. Het

Sluiten