Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelukkig zijn onder Lodewijks bestier, zijn hart erkent geen vaderland, dan waar de onttoonide Leeuw de Oranje-standaarts plant, en Oranje zelf zal eens aan bodewijk zijn dank brengen voor het heil, dat hij ons land heeft toegebracht 1). Als Napoleon gevallen is, krijgt zijn hope op het herstel van Hollands onafhankelijkheid vaster grond en heft hij in zijn Afscheid den profetischen zang aan :

Ja, zij zullen Holland leeft weêr,

Zich vervullen, Holland streeft weêr

Deze tijden van geluk! Met zijn afgelegde vlag,

Dees ellenden Door de boorden

Gaan volenden ; Van het Noorden

En, verpletterd wordt het juk. Naar den ongeboren' dag.

Holland groeit weêr!

Holland bloeit weêr!

Hollands naam is weêr hersteld !

Holland, uit zijn stof verrezen,

Zal opnieuw ons Holland wezen;

Stervend heb ik 't u gemeld! 2)

Maar toen Nederland, onder een koning uit het Oranjehuis, in de rij der natiën hersteld was, kwam Bilderdijk spoedig tot het inzicht, dat zijne speciale jnenschen geen vervulling erlangden. De teleurstelling was te pijnlijker, naarmate zijne verwachting vuriger was geweest. De scheiding van kerk en staat bleef bestaan ; Joden, Deïsten en Roomschen, Socinianen en Arminianen kregen met de zonen van Luther en Calvijn dezelfde rechten ; de vorst werd aan cene constitutie gebonden en daardoor feitelijk van zijne souvereiniteit beroofd en van het volk afhankelijk gemaakt. In één woord, de tijd keerde niet weer,

Toen Neerland als één man voor 's Heilands throon gebogen,

Zich Jezus Leen erkende en eigendom en werk,

In onafscheidbare echt verbonden aan Zijn kerk;

Zich vrij vocht, door Zyn kerk van d' Afval vrij te vechten,

Voor haar de wapens voerde, en niet voor ijdle rechten,

In haar bescherming bloeide, en 't haar geëigend zwaard Bij 't schild des heilgeloofs, zijn wetten gaf aan de aard! 3)

En zoo was het niet alleen in Nederland gesteld; maar overal,

1) Dichtw. IX 65, 66, 124. 2) Dichtw. IX 118. 8) Dichtw. IX 262, 243, 263v., 273. Opstellen II 103, 108.

Sluiten