Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne beurt en in zijne mate een worstelaar met de tegenstrijdige pogingen, 0111 de hooger bestemming, die hem noodigt, of de verbasterde neiging, die hem beheerscht, op te volgen. Telker reize wordt hij door den prikkel der eerste opgewekt en door het overwicht der laatste meegesleept 1). De volmaakte mensch, die alle tegenstrijdigheden in zijne natuur overwonnen en verzoend heeft, wordt op aarde, ook onder de allerheiligsten, niet gevonden. Wie alleen voor het kleine, voor het zwakke, voor het zondige in den mensch een oog heeft, vindt allerwege overvloedige stof. Maar de biograaf, die daarin zijne sterkte zoekt, bezondigt zelf zich aan den adel der menschelijke natuur; en eene letterkundige studie, die in eene chronique scandaleuse dreigt op te gaan, maakt zich aan even groote eenzijdigheid schuldig als die, welke op de persoonlijkheid geen acht slaat en alle psychologie verwaarloost.

Bovendien, evenals voor de wetenschap van natuur en geschiedenis lang niet alle bijzondere gevallen van belang zijn, zoo is ook naar de goede opmerking van Prof. Kalft' 2), volstrekt niet alles gewichtig, wat een groot man betreft. Wat doet het er toe, wie de groot- en overgrootouders, de ooms en de tantes, de neven en de nichten van een groot man zijn geweest, wanneer zij geboren werden en stierven, wat zij aten en dronken en hoe zij zich kleedden ? Wat waarde heeft het voor de geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde, of wij op de hoogte zijn van al de zonderlingheden en dwaasheden, die den dichters misschien in hun gewone leven als menschen eigen zijn geweest. Geschiedenis der kunst is nog iets anders en hoogers, dan eene opsomming van bijzonderheden uit het leven harer beoefenaars. Dan alleen zal zij aan hare roeping beantwoorden, als zij de kunstenaars in hunne werken bestudeert, hunne persoonlijkheid en levensomstandigheden tot verklaring van deze hunne werken te hulp roept, en voorts de plaats bepaalt, welke hun in de geschiedenis toekomt, de invloeden nagaat, welke hen zeiven gevormd en die zij op hun beurt op anderen geoefend hebben, in één woord, indien zij het voorbijgaande en vergankelijke in hen afzondert van dat blijvende en duurzame, hetwelk hun eene plaats in de geschiedenis der kunst verzekert en hen ook voor het nageslacht van beteekenis doet zijn.

1) Zoo zegt Bilderdijk zelf, boven bl. 126. 2) t. a. p.

Sluiten