Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9.

Ken notaris, welke tot eene der met zijne bediening onvereenigbare betrekkingen wordt benoemd, en dezelve aauneemt, met uitzondering van het geval, dat hij voor «lie, bij het 3de lid van het vorige artikel vermeld, bijzondere vergunning des Konings mogt hebben verkregen, zal geacht worden van het notarisambt afstand te hebben gedaan, en op de gewone wijze worden vervangen.

A\ anneer daarentegen iemand, eene der opgemelde betrekkingen bekleedeude, tot notaris wordt benoemd, zal hij, door de aanneming van het notarisambt, zonder gelijke vergunning des Konings, met opzigt tot die betrekkingen, welke in het 3de lid van het vorige artikel zijn vermeld, geacht worden van zijne vroegere betrekkingen afstand te hebben gedaan.

HOOFDSTUK 11.

'h' rereisehlen om tol notaris henoenui Ie worden, en van de wijze van-benoemhuj.

Art. 10.

Niemand is tot notaris benoembaar, dan hij, die:

1°. Nederlander is in het volle genot der burgerlijke en burgersehapsregten ;

2°. den leeftijd van vijf en twintig jaren heeft bereikt;

3°. doet blijken van een goed zedelijk gedrag door middel van een of meer verklaringen, op bet getuigenis van vier bekende en geloofwaardige mannen, afgegeven door den burgemeester of de burgemeesters der gemeente of gemeenten, waar hij gedurende de laatste zes jaren voortdurend verblijf heeft gehad

4°. het hierna te melden examen met goed gevolg heeft afgelegd;

5°. een werktijd van twee jaren, nadat hij dat examen met goed gevolg heeft afgelegd, op één of meer notariskantoren heeft volbragt.

Arl. 13 der lt«l van t! Mei 1878 SI hl. n". 29). Zij die vóór het in werking treden dezer wet het getuigschrift, bedoeld bij het bij deze wet ingetrokken art. llï der Wet van !t Julij 1842 (Slbl. n". 20), hebben verkregen, behouden de bevoegdheid om tot notaris te worden benoemd, mits zij tevens voldoen aan de vereischten, gesteld bij het gewijzigde art. 10, n0». 1, 2 en 3, dier wet.

Art. 11.

Het examen wordt afgelegd voor eene .Staatscommissie bestaande uit zeven leden, jaarlijks door Onzen Minister vau Justitie, met aanwijzing van een voorzitter uit

Sluiten