Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betreffende hot examen K. 1$. 4 .Juni 1878 S. n". 81 gew. K. 1!. f! Kebr. 1883 S. n".21, K. H. 23 Mei 1892 S. n». 127, K. lt. 22 April 1895 S. n". 75, K. 11. 28 Maart 1898 S. n". f.9.

Art. 15.

l)e geboorte-akte. de verklaring of verklaringen van goed gedrag, liet getuigschrift van met. goed gevolg afgelegd examen en de verklaring of verklaringen van den volbragten werktijd, afgegeven door den notaris of de notarissen, bij wie de belanghebbende is werkzaam geweest, en bevestigd door den officier van Justitie van het arrondissement, worden bij het verzoek om plaatsing aan den Koning overgelegd.

Th- arlt. 10—15 zijn in de plaats van de norKfirnnkeljke «rit, 10—17 r/enteld hij art. 3 der Wel run 0 Mei 1878 (Stbl. n". 20.)

Art. 18.

De notarissen moeten, binnen twee maanden na de dagteekening van hunne benoeming, voor de arrondissements-regtbank, tot welker ressort hunne aangewezene standplaats behoort, ieder naar de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den navolgenden eed (belofte) afleggen :

„Ik zwere (belove) getrouwheid aan den Koning, gehoorzaamheid aan de grondwet, ,.eerbied voor de regterlijke autoriteiten; dat ik mijnen post met eerlijkheid, naauw„keurigheid en onzijdigheid zal waarnemen ; de wetten, op het notarisambt gemaakt „of nog te maken, met de meeste naauwgezetheid zal opvolgen; dat ik de meest „mogelijke geheimhouding omtrent den inhoud der akten, overeenkomstig de voorschriften der wet, zal in acht. nemen ; en dat ik voorts, middellijk noch onmiddellijk, „onder eenigen naam of voorwendsel, tot het verkrijgen mijner aanstelling, aan „iemand, wie het ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.-'

De Koning is bevoegd verlenging van den tot het afleggen van den eed bepaalden termijn te verleenen.

Bij verzuim van den voorschreven eed tijdig te doen, wordt de benoeming geacht vervallen te zijn, en wordt er tot eene andere benoeming overgegaan.

I. Indien een gevestigd notaris opnieuw wordt benoemd, dan moet luj, al i« de nieuwe standplaats gelegen in hetzelfde arrondissement als zijne vorige, opnieuw den eed afleggen, terwijl op de acte van eedsaflegging steeds liet bjj art. <!8 § (i n°. 4 W. v. Primaire VII vastgesteld recht van /' 18 moet worden geheven ; Miss. 13 Febr. 1880 n°. 103, Kes. 8 Maart 1880 n°. 59 en 24 Altg. 1888 n". 13 I». W. 7705, 1{. W. v. N. 073, /rof.rs Vhf.ckkns p. 10.

Sluiten