Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fl. Zie — ten betooge <lat art. 8 der wet van Ventóse veel juister het verband beeft behouden dat er feitelijk bestaat tusschen de artt. 21 en 22 — Zeoers Veeckens ad art. 21.

2. I)e komma achter het woord „hoedanigheid" stond oorspronkelijk in de officieel® uitgave in het Staatshlad, achter hot daaropvolgende „partij", doch is aldus verplaatst bij bericht in de Staatscourant van 16 Januari 1844 u*. 14: van den Honert, Gesch. II, 536; S. v. K. p. 80 (2e dr.\ p. 79 (3e dr.)

3. De notaris wordt geen partij bij de acte door de enkele vermelding daarin, dat de schuldenaar ter executie der acte ten kantore van den notaris, woonplaats kiest; daaruit volgt geen overeenkomst van lastgeving, maar consteert alleen dit feit, dat de notaris met die domiciliekeuze bekend is.

Kb. Groningen 12 Nov. 1883 W. 5419, W. N. A. 917, II. W. v. X. 591 cf.

Kb. Groningen 19 Maart 18811 W. 5392. F. W. 7397.

In denzelfden zin Kgr. Zuidbroek 31 Dec. 1885 W. 5323: de bepaling, dat ten kantore van den notaris de koopprijs moet betaald worden is slechts eene aanwijzing van de plaats van betaling en geene machtiging van den not. tot ontvangst van en kwijting voor die koopprijs.

Kb. Maastricht 10 Dec. 1863, verm. sub art. 1 aant. 5.

Anders:

De bedoeling van partijen niet het beding, dat de betaling ten kantore van den notaris moest geschieden, is stilzwijgend eene machtiging van den notaris om de kooppenningen te ontvangen en dus, dat de betaling in handen van den notaris moest plaats hebben.

Hof Leeuwarden 1 April 1885 W. 5306, W. N. A. 878, R. W. v. N. 568; liev. hoewel op andere gronden Kb. lleerenveen 10 Jan. 1883 W. 4865: de woorden „ten kantore van den notaris" ter aanduiding van de plaats, waar de kooppenningen moeten betaald worden, duiden de plaats aan waar, uiaar geenszins den persoon, aan wien de betaling moet geschieden, waarnaast volkomen in zijn geheel blijft bestaan het voorschrift van art. 1421 B. W., dat de betaling moet worden gedaan aan den schuldeiseher in casu den verkooper; zoodat de not. zonder speciale machtiging niet eene deugdelijke kwijting voor de koopsom kan geven.

In dezen laatsten zin ook Kb. Alkmaar 11 April 1895 P. W. 8754: met het beding in eene koopacte -dat de betaling der kooppenningen moet geschieden ten kantore van mij. notaris", zal in het algemeen zeer zeker bedoeld zjjn het locaal, waarin de notaris op zijne standplaats volgens art. 5 kantoor behoort

Sluiten