Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet ol' het notarisami'.t. artt. 21—22.

acte en heeft alleen kracht vun onderhandscli geschrift teil aanzien van de contracteerende partijen en niet ten voordeele van den not.

Kb. lirtrt sur Seine 14 Dee. 1887 D\I,1,0/ 1890 II, 285; bev. door Hof 1'arjjs '2 Xov. 1889 : de not. acte, waarbij de notaris is betrokken (in casu eene acte van geldleening bestemd om aan den debiteur van den not. de noodige gelden te kunnen verschatten om deze af te betalen) is nietig en zonder authentieke kracht maar heeft de kracht van eene onderhandsche acte, als hij door alle partijen is geteekend. Fr. H. v. Cass. 16 Febr. 1886 Dai.i,. Suppl. n". 135: de £acte is totaal nietig, wanneer zij niet door alle partijen is geteekend.

Zie ook Hof Overjjsel 10 Mei 1852 P. W. 1985, W. 1490, S. v. K. p. 91 (2e dr.), ' X. R. X-LIX § 84, 419; T. v. K. VIII, 222, X, 259.

Litt • H. J. Schuurman. Adnotatio ad caput tertium legis 9 Julii 1K42 de munere tabellionis llagae Comitis 1854, diss., beoordeeld H. en NV. X. 444, door Mr. W. F. ottkn.

Art. 22.

De notarieële akten mogen geene beschikkingen of bepalingen inhouden ten voordeele van den notaris, ten wiens overstaan zij zijn verleden, van de getuigen, van zijne of hunne vrouwen, zijne of hunne bloedverwanten, of aangehuwden in de regte linie zonder onderscheid van gradeu, en in de zijdlinie tot den derden graad ingesloten. Hetgeen hiertegen strijdig is, wordt, voor niet geschreven gehouden ; blijvende echter de akte overigens in haar geheel.

Door de bepaling van dit artikel wordt geene verandering gebragt in de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek omtrent uiterste willen.

I _ omtrent het verband tusschen de Wet op het Notarisambt

en de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek voorkomende omtrent uiterste wilsbeschikking — Leon—Asser H. W. ad art. 954, 958 jo. 1718,979en v., 991 en v., S. v. E. (2e dr.) p. 97 en v. (He dr.) p. 89 v. en Fr. Hof Overijsel 18 Pee. 1843, vermeld sub art. 87 aant. 1: de wetgever kan niet worden verondersteld, bij eene wet houdende organisatie van het not.ambt en bevattende reglementaire bepalingen aangaande de rechten 'en verplichtingen dezer ambtenaren en de vormen hunner acten, tevens nieuwe wetsbepalingen te willen invoeren betrekkelijk onder werpen, welke bij het B. W. eu het W. v. B. Rv. zijn geregeld.

Sluiten