Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet op het notarisamrt. artt. 22—215.

is aangenomen, geldt het artikel, zoodat du Staat eenu andere aktu vorderde, voor een ander notaris opgemaakt. Cf. Miss. 30 Sept. 1 hilü n". 25 I'. W. 8299: eene akte van zekerheid voor het beheer van een hypotheekbewaarder kan niet worden verleden voor een notaris, die gehuwd was met eene zuster van den hypotheekbewaarder; of. Brief van 4 Sept. 1893 n». 32. P. \V. 8451: de acte vaii borgtocht verleden voor een not., die een aangehuwde oom was van du rekenplichtige, is nietig.

Art. 23.

l)e akten zullen, behoudens de voorschriften der wet omtrent den vorm van sommige derzelve, worden verleden voor éénen notaris, in tegenwoordigheid van twee getuigen. De getuigen moeten aan den notaris bekend zijn of derzelver identiteit en bevoegdheid aan hem, door een of meer der verschijnende personen, verklaard, en daarvan in de akte melding gemaakt worden, /ij moeten zijn van het mannelijke geslacht, meerderjarig en ingezetenen van het koningrijk, hunnen naam kunnen teekenen en de taal verstaan, waarin de akte verleden wordt.

1. Zie aangaande de putatieve bevoegdheid van getuigen LeonAskek B. W. ad art. 991, alwaar Arr. 9 I)ec. 1859 W. 2131: het onder de werking der ordonnantie van 1735 gegolden en voor de maatschappelijke orde noodzakelijk beginsel dat het gebrek der reëele bekwaamheid van den testamentairen getuige kan worden vergoed door zijne, op eene algemeene dwaling gegronde, putatieve bevoegdheid moet geacht worden ook na de invoering van art. 980 C. N. zijne kracht te hebben behouden, cf. Rb. Nijmegen ibid.

JB. De notaris moet in de acte vermelden, dat de getuigen aan hem notaris bekend zijn.

Rb. Rotterdam 4 Jan. 1844 I'. W. 2/1844 p. 34, S. v. K. p. 116 (2e dl'.), 103 (3e dr.).

Anders: oene aanschrijving van den Min. v. .lust. aan de prooureurs-goncraal bij de Gerechtshoven dd. 9 Jan. 1843 om in dat geval geen vervolgingen in tu stellen, of. Res. 11 Mei 1843 n°. 96 I*. W. 2/1844 n». 1.

— Circ. M. v. Just. 21 Jan. 1843, Res. 21 Jan. 1843 n». 27 P. W. 1/1843 n°. 9, X. R. XIV 157, R. en W. I 81, '1'. v. R. I 98: de woorden „en inoet daarvan in de acte melding gemaakt worden" zijn alleen toepasselijk op het

Sluiten