Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WKT UP HKT NOTAKISAMRT. AltTT. 25—20.

KI». Nijmegen 1 l»eo. 1859 VV. 2146, 1'. VV. a531, T. v. K. XIV 133, XV 101: wanneer hot proces-verbaal, van de overtreding opgemaakt, en ook de dagvaarding alleen spreekt van „de niet-vermelding in de akte dat de comparant aan hem, notaris bekend is" en niet ook van de niet-vermelding dat de comparant door twee getuigen is bekend gemaakt, is het bewijs der overtreding niet geleverd.

3. Slechts ééne boete is verschuldigd, als de bekendheid of de bekendmaking van meer dan één comparant niet in de akte is vermeld.

Arr. 30 September 1S70 VV. 3256, 1'. W. 581.8, N. 11. XCX § 38, 291, V. ü. II. G. Z. XXV 244, W. N. A. 46, K. W. v. N. 61, N. N. X 143. S. v. E. p. 176 (2c dr.1, p. 123 (3e dr. )

Art. 26.

Alle akten moeten de voornamen, den naam en de standplaats van den notaris uitdrukken.

Dezelve moeten daarenboven inhouden de voornamen, den naam, het beroep of de maatschappelijke betrekking en de woonplaats van ieder der verschijnende personen en der door hen vertegenwoordigden, voorzooverre het beroep of de maatschapj>elijke betrekking en woonplaats door hen kan worden opgegeven ; voorts de betrekkingen of' hoedanigheden waarin, en de vermelding der volmagten of beschikkingen krachtens welke wordt gehandeld ; de voornamen, den naam, het beroep of de maatschappelijke betrekking en de woonplaats van ieder der getuigen, ook van die in het vorige artikel bedoeld ; eindelijk de plaats, het jaar, de maand en den dag op welken de akten verleden zijn.

Hij overtreding van een of meer der bij dit en het vorige artikel vastgestelde bepalingen, zal de notaris voor elk derzelve verbeuren eene boete van tien gulden, en zal bovendien de akte, bijaldien de plaats, het jaar, de maand of de dag daarin niet mogten vermeld zijn, alleen kracht van onderhandsch geschrift hebben, mits zij door verschijnende personen onderteekend zij.

1. Onder de verschijnende personen, in het art. bedoeld, kan niet worden begrepen de kantonrechter, in wiens tegenwoordigheid en onder wiens goedkeuring de acte wordt verleden.

Kb. Assen 7 Juli 1856 W. 1780, K. B. Vil 63, T. v. K. XI 5, Corr. XXVI 7'J, ook verm. sub art. 25 aaut. 1.

— Miss. 15 Febr. 1845, Dec. 26 Febr. 1845 n°. 23 P. VV. 2/1845 n°. 139, Corr. V 22 : onder de verschijnende personen, bij de artt. 26 en 30 bedoeld, moeten

Sluiten