Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Daar wettige kinderen den naam huns vaders dragen, kan de acte geacht worden hun naam in te houden, wanneer zij, hoewel slechts met hunne voornamen aangeduid, echter in de akte gezegd worden bepaalde personen tot vader en moeder te hebben, wier voor- en geslachtsnamen wel zijn opgegeven.

Kb. Assen 9 Oot. 1865 W. 2810, P. W. 4892, N. K. B. XVI 4'Jfi, R. W. v. N. 22, N. N. V 329, Corr. VI n". 8, 320, S. v. E. 155 (2e dr.).

— Miss. 31 Oot. 1853 n°. 92, lies. 8 Nov. 1853 n". 84, I'. W. 2142, T. v. R. VIII 220, S. v. E. 155 (2e dr.): de acte behoeft slechts in te houden den nnnm enz. van iederen comparant, de wjjze waarop dat geschiedt is niet bepaald en de geslachtsnaam van iederen comparant duidelijk door een koppelteeken aangewezen zijnde, is aan het voorschrift der wet voldaan (b.v. Jan, Jacob en Antje Mulder).

— Miss. 30 Oct. 1851 n°. 23, Res. 12 Nov. 1852 n". 51, P. W. 1812, T. v. R. VII 214, Corr. XXI 220, S. v. E. 155 (2e dr.i: waarbij geen vervolging noodig is geoordeeld ter zake eener acte, waarin de naam van een der partijen door misstelling van een letter blijkens de onderteekening verkeerdelijk was gespeld, omdat hier geen verschil over de identiteit des persoon» te vreezen was en dus het openbaar belang de vervolging niet scheen te vorderen.

5. — Miss. 13 Oct. 1852 n\ 44, Res. 25 Oct. 1852 n'. 22, P. W. 1814, T. v. R. VII 212: Alleen dan voldoet de qualiticatie landeigenaar, als de persoon geen eigenlijk gezegd beroep uitoefent, maar slechts de maatschappelijke betrekking van landeigenaar heeft.

— Miss. 26 Aug. 1843 n°. 26, Res. 5 Sept. 1843 n". 61 P. W. 1/1844 p. 45, T. v. R. I 96, R. en W. III 138, S. v. E. 156 (2e dr.): onder de woorden maatschappelijke betrekking, zijn ook begrepen de benamingen landeigenaar, rentenier enz., of wel de aanwijzing dat men is zonder beroep.

— Miss. 4 Juli 1849 n°. 59, Res. 16 Juli 1849 n°. 127 P. VV. 1439, T. v. R. VI l: door de vermelding, dat de comparant was diaken der Neilerdiiitxehe Hervormde Gemeente is aan het art. voldaan.

— Miss. 2 Fehr. 1861 n". 124, Res. 9 Febr. 1861 n». 13, I'. W. 3777, T. v.R XVI 80, S. v. E. 156, 172 (2e dr.): Als maatscli. betr. kan niet beschouwd worden hoedanigheden van geheel bjjzonderen en bijkomenden aard, b.v. die van bestuurder van een der vier in art. 2 der Armenwet vernielde instellingen van weltladigheid. Zoo is het art. overtreden, wanneer wel wordt vermeld de hoedanigheid van president en leden van een armbestuur krachtens welke wordt gehandeld, maar niet het beroep of de maatsch. betrekking, die president en loden individueel bekleeden.

Sluiten