Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mis». 31 Oct. 1850 n». 53, Res. 15 Nov. 1850 n». 220 P. W. 1523 T v li \ 138, \I 281, Corr. XIII 41: niet voldoende is de aanduiding van de hoedanigheid van regenten van een i/eslichl, ook de maatschappelijke betrekking van ieder regent individueel moot in de acte worden vermeld.

K. B. van 26 Jan. 1822 S. n„. 1, S. v. K. 159 (2e dr.), W. N. A. 10, 11 beveelt om in de acten aan de personen, daarin voorkomende toe te schrijven de hun oompeteerende adeljjke titels en qualifioatiën. /ie hieromtrent Leox— van Kmden, Staatsrecht II, 377, 378.

— Circ. Min. v. Just. 15 Febr. 1859 n». 100, (iem.Stem n". 387, R. en W XIII 152 aan de Off. van Just., waarbij hun wordt gelast toe te zien dat in not. acten geen adelijke titels of andere qualifioatiën worden toegekend aan personen, die daarop geen aanspraak hebben.

— Res. 27 Juli 1852 n«'. 125, R. en W. VIII 146, Corr. XVII 49, S. v. K. 156 (2e dr.), 133 (3e dr.): Art. 26 is overtreden, wanneer in eene not. acte als beroep of maatschappelijke betrekking wordt opgegeven, dat de verschijnende persoon is, Ridder van de Militaire Willemsorde of Ridder van den Nederlandsehen Leeuw."

«. Van iemand, die geen beroep uitoefent of die geen maatschappelijke betrekking bekleedt kunnen deze niet in eenige aete worden vermeld, terwijl art. 26 slechts die vermelding vordert, voor zoover deze kunnen worden opgegeven ;

hoewel eene negatieve vermelding veelal gebruikelijk en misschien soms doelmatig is, vordert art. 20 deze niet en kan deze zeker bij geen ministerieele resolutie (Circ. Fin. 21 Jan. 1843 Bijv. Stbl. 1843 n°. 17 houdende inlichtingen nopens de wet van 1842) in dat wetsartikel worden ingelast.

Rb. Arnhem 7 Dec. 1848 W. 984, P. W. 4129, R. 1$. XI 190, R. en W IV 125, S. v. E. 157, (2e dr.), Corr. XXXVIII 314.

In gelijken zin 2 vonnissen Rb. Leiden 25 Febr. 1851 W, 1216 N R XLI § 83, 419, T. v. R. V 235, X 115, P. W. 4129: art. 26 kan alleen'worden nageleefd, wanneer de verschijnende personen werkeljjk een beroep of maatschappelijke betrekking bezitten ; wanneer dit niet het geval is, schrijft de wet niet voor te vermelden, dat zij zonder beroep of maatscli. betrekking zjjn.

— Miss. 19 Aug. 1851 n«. 82. Res. 17 Sept. 1851 n". 4 P. W. 1982, T. v. R. \ III 78, Corr. XXI 220, 8. v. E. 167 (2e dr): de boete is niet verschuldigd, wanneer hot beroep of de maatschappelijke betrekking en woonplaats van bjj de acte verUfiemrnonligtlr personen niet zjjn vermeld. Het arrest II. R, van 21

Sluiten