Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Miss. 29 Juni 1860 n". 113, Res. 12 Juli 1860 n». 97 P. VV. 3646, S. v. K. 16" (2e dr.): derden voor wie men zich sterk maakt, werken niet uiee tot de acte, daar deze niet slechts buiten hunne tegenwoordigheid, maar zells zonder hunnen last, en in den regel huiten hun medeweten, wordt gemankt. Zjj zijn geen partij in de acte en worden niet verbonden dan nadat zij hunne toestemming gegeven, hunne goedkeuring aan de acte gehecht hebben. Waaruit volgt dat geene overtreding, bestaat, wanneer hunne namen enz. in de acten niet voorkomen.

Anders:

Kb. Assen 31 Jan. 1848 P. W. 978, W. 1040 verm.op blz. 33 : wanneer in eene acte een der comparanten namens een ander verklaart schuldig te zijn zonder dat een volmacht is aangehecht, moet vermeld worden de betrekking ol hoedanigheid waarin en de volmachten of beschikkingen, krachtens welke gehandeld wordt.

I fl. Een vennootschap onder eene firma kan, zonder tusschenkomst eener persona physiea, onmogelijk als handelende persoon optreden en om deze reden bepaalt art. 17 W. v. K., welke persona* physiea' ten name der vennootschap kunnen handelen.

Bij het bestreden arrest is uitgemaakt, dat voor de firma eene persona physiea voor den notaris is verschenen en is het artikel overtreden, wanneer van dezen comparant niet den naam enz. hetzij als gevolmachtigde hetzij als medeteekenend lid der firma in de acte is vermeld.

Arr. 15 Oot. 1863 VV. 2530, I'. VV. 4332, v. d. H., O.XX 348, N. R. LXX1V § 69, 417, R. en VV. XVI 117, R. W. v. X. 13, Corr. XXXIX 381; bev. llof Overijsel 4 Mei 1863 VV. 2503, R. en VV. XV 582, X. X. II 362, T. v. R. XVII 319, waarnaar de zaak door den II. R., 27 Febr. 1863 VV. 2471, was verwezen met vernietiging van het vonnis der Rb. Zwolle van 12 Xov. 1862 VV. 2604 op grond dat het vonnis niet inhield eene beslissing omtrent het al of niet bewezene der geincrimineerde daadzaak.

In de acte was vernield, dat voor den not. is verschenen de hem wel bekende firma S. en R., houthandelaren te Zwolle; de Rb. oordeelde dit geen overtreding van art. 26, doch het Hof Overijsel overwoog dat nu in de acte niet is vermeld de naam enz. van eenig persoon, die hetzij als gevolmachtigde hetzij als medeteekenend lid der firma voor hem, notaris, is versohenen, art. 26 is overtreden, daar dit art. bepaaldelijk onderscheidt het opgeven van den naam enz. der verschijnende personen van het vermelden der betrekkingen ol hoedanigheden, waarin door deze bij de acte wordt gehandeld.

Sluiten