Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l)ij de oorspronkelijke redactie der wet daarin moesten en dus voluit moesten worden opgenomen, terwijl bij eene wijziging der redactie is vergund, dat die voornamen door de eerste letters werden aangeduid.

Air. '28 Maart 1884 W. 5040, N. R. CXXXV1 § 46, 345, v. d. H., O. Z. XXXIV 367, P. W. 7012, W. N. A. 747, K. W. v. X. 4ÏM ; vern. Kb. Alkmaar 3 Jan. 1884 P. \V. 7012, W. X. A. 741. K. \V. v. X. 491, P. v. J. 1884, 16: het aanduiden van een voornaam met de eerste letter daarvan is eene ongeoorloofde verkorting, daar eene enkele letter van een geheel woord slechts een deel van dat woord vormt.

Waar het art. op iedere overtreding en niet op iedere sooi'l der daarin opgenoemde overtredingen eene boete stelt, moeten in casu waar zeven malen eene verkorting is gebruikt evenzooveel boeten worden opgelegd. In gelijken zin Hes. 26 Febr. 1845, verm. sub art. 26 aant. 18.

— Miss. 18 Jan. 1867 no. 142, Miss. M. v. F. 31 Jan. 1867 no. 57 P. W. 5090, W. X. A. 741 : art. 28 ziet alleen op het gebruik maken van verkorte woorden teneinde hetgeen door partijen aan den notaris is opgegeven in de acte uit te drukken, maar daaronder valt niet het gebruik van initialen ter aanduiding der voornamen van hen, ilie buiten partijen en getuigen (art. 26) in de acte genoemd worden, althans wanneer blijkt dat partgen de voornamen niet voluit maar ook alleen de initialen hebben opgegeven.

fe minder twijfel kan dienaangande bestaan, omdat bet in de wet nergens aan den notaris is verboden, personen, die door partjjen alleen bjj hunne geslachtsnamen worden opgegeven ook alleen met den geslachtsnaam in de akte aan te duiden. Cf. Miss. 12 Juli 1843 no. 11 P. W. 2 1843 p. 61. Vgl. v. d. Hoxert, Gesoh. I 166. Loke Handboek I § 48 leert dat art. 28 al. 2 overbodig is, daar het iets vrij laat dat nergens verboden is.

— Aanschr. 29 Juli 1843 no. 99 1'. W. 1/1844 p. 42: de voornamen van eigenaren van belendende perceelen mogen in de akte van veiling van vaste goederen door de voorletters worden vermeld.

2. Het verbod van verkortingen behoort alleen betrekkelijk te worden geoordeeld tot het lichaam van de akten, zooveel bevattende als de verklaring van de verschijnende partij, maar geenszins betrekkelijk tot den acade.mischen titel, aan den notaris zeiven toekomende, hoedanige titel hier te lande door de letters Mr. werd aangeduid, terwijl het voluitgeschreven woord van Meester veeleer een ambacht zou beteekenen, door den notaris in het een of ander vak, als werkman uitgeoefend.

Rb. Rotterdam 3 April 1843, X. R. XIV 153, R. I!. V. 362. W. X. A. 743, S. v. E. 191 (2e dr.), anders S. v. K. 192 (2e dr.).

Sluiten