Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukt door de acte in haar geheel" l>etreft de uitlegging der acte en mitsdien eene feitelijke is waarop in cassatie niet meer kan worden teruggekomen.

Arr. 8 Mei 1885 W. 5163, N. R. CXL ij 5, 31, v. d. II. B. I{. LI 106, W. NA. 538, 1{. W. v. N. 540, P. W. 7168; bev. Hof 'g Bosch 30 .linii 1884 NV. 5186, waarbij was vern. Kb. 's Bosch 4 Jan. 1884 \V. 50411. Zie bot aanget. sub art. 20 aant. 19.

Vgl. omtrent de formaliteiten bij notarieels akten Leon—Asser B. W. ad art. 986.

J.. Hoewel in de handteekening de voorletters I'. .J. worden aangetroffen, waar in de acte de getuige staat opgegeven met de enkele voorletter I\, kan die teekening, ten opzichte waarvan men aan geen wettelijke voorschriften is gebonden, nimmer tegen den inhoud der notarieele acte zelve bewijzen.

BK Gorincliem 26 Sept. 1854 NV. 1600: vern., hoewel op andere gronden, door Prov. Hof Z.-Holland 18 Juni 1855 "NV. 1669, T. v. !{. X 117, R. enW. X456: onder de onderwerpen, die bij eene not. acte authentiek geconstateerd worden, behooren wel die tot de personeele bevinding van den notaris behooren, maar het behoort niet tot dc roeping van den notaris authentiek te constateeren, dat do opgave van getuigen omtrent hunne namen en voornamen met de waarheid geheel overeenkomstig zijn; bev. door Arr. H. R. 8 Febr. 1856 NV. 1730, v. <1. II. B. 1{. XX 183, 196; cf. conclusie advocaat-generaal; een en ander ook vermeld Leo*—A8SEK B. W. ad art. 991 aant. 6.

De onder teekening van partijen in notarieele acten is noch vroeger (vóór de wet van Ventóse IV) noch heden ten dage een wezenlijk vereischte, daar niet aan deze onderteekening, maar aan het ambt van den notaris de notarieele acte hare authenticiteit ontleend.

Oudtijds was het noch in Frankrijk noch in de Nederlanden voorde geldigheid van notarieele acten noodzakelijk, dat deze acten door de beide notarieele getuigen waren geteekend (de Fr. ordonn. v. 1560, en van 1574 art. 16G; voor de Nederlanden: 't Eeuwig Edict v. Karei V van 4 Oct. 1540 art. 13).

Rb. Breda 9 Sept. 1890 "NV. 5947, NV. N. A. 1100, 1{. NV . v. N. 1106; zie over de onderteekening door getuigen bij testamenten Groenkwkoek en andere in het vonnis genoemde schrijvers.^

Sluiten