Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP het notarisambt, akt. 32.

Imlien partijen krachtens mondelinge volmagt handelen, moet zulks in de akte worden vermeld.

Voor iedere overtreding van eene dezer bepalingen, zal de notaris verbeuren eene boete van ten hoogste tien gulden.

1. Jn de wet op 't notarisambt komt geen definitie van het woord volmachten voor, doch deze wordt wel ten aanzien van lastgeving gevonden in art 1829 B. W.; wel verre dat de inhoud en strekking van art. .52 zoude medebrengen, dat volmacht aldaar zoude zijn gebruikt in eene andere beteekenis dan die van lastgeving, blijkt integendeel uit de daarin voorkomende uitdrukking „lasthebbers", dat ook da&r de volmacht bij lastgeving is bedoeld.

Mitsdien kan eene schriftelijke toestemming, welke eene getrouwde vrouw van haren man noodig heeft om voor zich zelve en dus niet voor den lastgever in deszelfs naam te kunnen bandelen, geenszins gezegd worden eene volmacht te zijn in den zin van art. 32.

Arr. 4 Dec. 1857 W. 2009, N. K. LYII § 39, 199, v. d. H. G. Z. XIV 289, 1. v. 1{. XII 271, Corr. XXVIII 117; bev. Kb. Den Haag 4 Juni 1857 Corr. XXVII 137, S. V. E. 221 (2e dr.).

- Mis». 12 Sept. 1845 n°. 58, Res. 9 Oct. 1845 n". 104, P. W. 2141, ook verm. sub art. 26 aant. 10: acten van aanstelling of benoeming tot administrateur of rentmeester behooren niet tot de eigenlijk gezegde lastgeving van art. 1829 K. W., welke uitsluitend overeenkomstig art. 32 moeten aangehecht worden.

Vgl. het aangeteekende ad art. 26 aant. 10 en 11.

V. Het staat niet ter beoordeeling van den notaris of hij, die onder overlegging van eene op hem verstrekte volmacht verklaart voor een ander te handelen, werkelijk aan dat stuk de bevoegdheid daartoe ontleent.

W are dit anders dan zouden de mede-contractanten kunnen worden verkort in hun recht om met zoodanig bewijs eener volmacht, als zij goedvinden daarvoor te houden, genoegen te nemen, welk recht in den aard der zaak ligt en door het 2e lid van art. 32, waar ondersteld wordt, dat eene of meer der partijen krachtens mondelinge volmacht handelen, wordt bevestigd.

Arr. 11 Maart 1892 W. 6163, P. W. 8230, W. N. A. 1166; bev. Rb. Zutfen

17 Duo. 1891 W. N. A. 1151, P. W. 8162, welke van rechtsvervolging had

Sluiten