Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP HET NOTARISAMBT. ARTT. 36—37.

overeenkomt met het bepaalde van art. 31; het is dan ook geen vereischte dat dezelfde notaris op de volgende dagen de verdere deelen der boedelbeschrijving verricht en dezelfde getuigen worden gebezigd.

De vermelding der doorhaling moet derhalve geschieden voor het slot van dat gedeelte der boedelbeschrijving waarin zij voorkomt.

Arr. 18 Dec. 1885 W. 5253, N. K. CXLI § 52, 347, v. d. H. (i. Z. XXXV 404, P. VV. 7241, W. N. A. 865, II. W. v. N. 553, T. v. N. IV 10 : vern. Kb. Alkmaar 17 Sept. 1885 P. W. 7241, K. W. v. N. 577: eene boedelbeschrijving in verschillende zittingen opgemaakt moet worden aangemerkt als ééne akte, omdat daarbij slechts ééne handeling wordt verricht, waarmede men in de eerste zitting niot is gereed gekomen en die in de volgende zitting wordt voortgezet.

In gelijken zin, Rb. Zutfen 3 Nov. 1887, P. VV. 7571, W. N. A. 936, 933, R. W. v. N. 611 : eeno inventaris in twee zittingen opgemaakt moet worden beschouwd als twee akten. Het proces-verbaal van elke zitting vormt eene afzonderljjke akte en de bijvoegingen en doorhalingen moeten vóór het slot van iedere zitting worden goedgekeurd.

Vgl. ook het aang. sub art. 26 aant. 2.

10.— Miss. 10 Mei 1887 n°. 26 P. VV. 7488, R. W. v. N. 623: ingevolge art. 69 W. v. Str. kan de boete wegens overtreding van art. 36 niet van de erven van den delinquent worden gevorderd.

Art. 37.

De notarissen mogen in hunne akten geene andere benamingen van munten, maten en gewigten gebruiken dan die, welke bij de wetten en besluiten omtrent het muntof tientallig stelsel zijn aangenomen onder verbeurte eener boete van ten hoogste tien gulden voor iedere overtreding, onverminderd de vergoeding van kosten, schaden en interessen jegens de belanghebbenden, indien daartoe termen zijn.

De gebouwde en ongebouwde eigendommen zullen in alle akten, bestemd om in de registers der bewaring van de hypotheken te worden ingeschreven, overgeschreven, vermeld of aangeteekend, op gelijke boete worden aangeduid door de opgave van de gemeente, de sectie en het nummer, waaronder elk perceel in de schrifturen van het kadaster bekend is, behoudens verdere omstandige beschrijving, indien deze door de belanghebbenden verlangd of door bestaande wetten of reglementen gevorderd wordt.

Van deze bepalingen zijn uitgezonderd akten van uiterste-wilsbeschikkingen, akten houdende toestemming tot bet doorhalen van inschrijvingen, waarbij de kadastrale

Sluiten