Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP HET NOTARISAMBT AKT. 37.

indeehng met is aangeduid, akten van boedelbeschrijving, voor zoo verre daarbij in boedel gevonden vreemde muntspecien worden vermeld of bescheiden en titels worden beschreven, waarin de afgeschafte benamingen mogten zijn gebezigd; en voorts alle akten in het algemeen, in welke van buitenlandsche fondsen, aandeelen in vreemde negotatiën of onroerende goederen, buiten 'slands gelegen, de rede is ot bij gelegenheid dat daarin uitdrukkingen worden aangehaald of overgenomen, uit bescheiden waarin oude benamingen gebruikt zijn.

Ten aanzien van tienden en grondrenten, waaromtrent niet bepaaldelijk kan

worden opgegeven, welke bijzondere perceelen daarmede zijn belast, zal de juiste

omschrijving en aanwijzing der schuldpligtige streek, gemeente of polder in de akte voldoende zijn.

f. Zie-omtrent de geoorloofde nainen van maten en gewichten-

JjEon van Emden, Staatsrecht IV vervolg, p. 204 v. betreffende de

Wet van 7 April 1869 S. n». 57, over de maten, gewichten en weegwerktuigen.

». I)e vermelding, dat een verkocht en behoorlijk kadastraal aangeduid perceel belend is door eene laan, waarin dit perceel zijnen vrijen in- en uitgang heeft en evenmin het inhaerent zijn van een recht aan het verkochte goed, maakt uit of kan uitmaken een oorspronkelijke vestiging van een servituut of van eenig ander zakelijk recht, veel minder eene aan overschrijving onderworpen overdracht van een onroerend goed, zoodat de akte uit dien hoofde niet aan eene overschrijving of vermelding in de betrokken registers is onderworpen en niet door opgave van sectie en nummer behoefde te worden aangeduid, hoe gemelde laan in de schrifturen van het kadaster bekend is.

Arr. 27 Mei 1853 VV. 1440, N. R. XLV § 6, 33, v. d. H. G. Z. XII 57 P. W. 1983, K. en VV. VIII 579, Corr. XVIII 77, T. v. R. VII 405, S. v. E. 263 (2e dr.); vern. Kb. Den Haag 16 Juli 1852 R en W. VIII 579.

Rb. Dordrecht 11 Nov. 1872 VV. 3751, P. VV. 6317, VV. N. A. 351, R. W.v. N. 215, 8. v. E. 260 (2e dr.): de akto van toebedeeling van het recht op een zitplaats in eene kerk is niet bestemd in de openbare registers te worden overgeschreven, zoodat de kadastrale kenmerken niet behoeven vermeld te worden. Vgl. in gelijken zin — kerkzitplaatsen zijn roerend — Leon-Asser IS. W. ad art. 562 aant. 2.

Rb. Hoorn 1 Nov. 1854 Jur. Vraagal 1855, 291, S. v. E. 261 (2e dr.): art. 37 slaat alleen op die goederen, die in de akto het onderwerp van koop, toe-

Sluiten