Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(laar deze niets beslist aangaande de verplichting der notarissen, om < e ^bouwde en ongebouwde eigendommen in de bedoelde akten te vermelden of op te noemen.

I'rov. Hof Overijsel 18 Dec. 1843 N. K. XVII § t!2, 277, P. VV. 1840 n". 07, t. v. K. ii 247, K. in N. IV 93, R. B. VI 97, Jur. Uorr. V 376, Oorr. VI -3; vern. Kb. Deventer 30 Maart 1843 W. 458, K. B. VI 97, T. v. K. I 94, n 247; de gebouwde en ongebouwde eigendommen moeten bjj hunne kadastrale enmerken vermeld worden, zelfs dan, wanneer die vermelding uit den aard < er zaak onnoodig en bjj geen wet gevorderd wordt, zooals b.v. eene akte udende eene generale en onbeperkte toestemming tot doorhaling van eene gansche inschrijving zonder uitzondering van eenig enkel verbonden goed, aar het eene zeer gedrongen uitlegging is, even strijdig met den geest als met e woorden, liet art. aldus te willen verklaren, alsof daarbij de verplichting zoudt zijn opgelegd om de gebouwde en ongebouwde eigendommen te vermelden, maar alleen om, in geval die eigendommen vermeld worden, dezelve aan te duiden, door opgave van de gemeente enz. Dit vonnis is vern. door Arr. H. K. 21 Sept. 1840 W. 441 op grond van schending van art. 211 j°. 227 W. v. Sv. en verwezen naar het Pr. Hof Overijsel, waarvan bovenstaand arrest. In geljjken zin :

Res. 15 Aug. 1845 n". 62 P. W. 1846 n\ 97, 8. v. E. 258 (2e dr.): de wet gebiedt niet, dat de onroerende goederen in de akte van consent tot het doorhalen van hypotheek worden omschreven, zoodra de kadastrale indeeling derzelve in de akte van inschrijving voorkomt.

Rb. ltreda 22 Febr. 1848 P. W. 1821, T. v. R. VII 209, C'orr. XXI 221, S. v. E. 258 (2e dr.): art. 37 al. 2 is naar den aard der wet, waarin zij voorkomt eene bepaling van vorm, welke voorzeker de notarissen niet kan verplichten in hunne akten van vaste goederen melding te maken, wanneer partijen zulks in hun belang niet noodig achten, maar die, aan den anderen kant, medebrengt, dat wanneer zoodanige goederen in eene akte tot overschrijving, inschrijving enz. bestemd, worden vermeld, deze vermelding van de aanduiding der kadastrale indeeling moet verzeld gaan, zonder onderscheid of gedachte vermelding wellicht, naar het doel der akte achterwege had kunnen blijven.

Herhaaldelijk is door den Hoogen Raad uitgemaakt, laatstelijk bij arrest 4 Juni 1880 N. R. CXXV § 15 W. 4514 cf. arr. 7 en 21 Juni 1*72 W. 347(5 en 3484 (zie Leon -Asser B. W. ad art, 1573 aant. 3), dat de verkoop eener erfenis is verkoop der goederen zelve tot de erfenis behoorende, zoodat. wanneer deze onroerende goederen bevat, de akte van verkoop bestemd is te worden overgeschreven.

Anders:

Sluiten