Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arr. 13 Jon. 1854 P. W. 2250, N. R. XLVI § 78, 307, v. d. H. O. /. XII 118, T. v. K. IX 82; vern. Rb. Assen 19 Oct. 18f>3 W. 1554, P. VV. 2252,11. B. \ 535, T. v. R. NIII 315, IX 82, R. en W. IX 115, ook verin, sub art. 59, aant. 2: het art. bedreigt den not. met straf, wanneer hij zelf in do akte het goed niet aanduidt door de opgave van gemeente, sectie en nummer doeh geenszins wanneer partijen die opgave verkeerd doen ; immers kan de notaris volgens den aard zijner bediening, bij art. 1 der wet omschreven, zich vergenoegen met de opgave van partjjen omtrent do wjjzo, hoe liet verkochte ten aanzien van gemeente, sectie en nummer is ingedeeld en kan hij van die opgave niet afwijken; partjjen hebben zich zelf 't nadeel te wjjten, dat voortkomt, wanneer zjj bij het belijden van don koop en verkoop van een stuk vast goed zich in de opgave der kad. indceling vergissen, cf. Rb. Assen 13 Dec. 1852 verm. in aant. 5.

— Res. 14 Oct. 1859 n". 66 P. W. 3393, Corr. XXXII 348, S. v. E. 269 (2e dr.): ook het vermelden van meer kad. nummers, dan die, waaronder het perceel bekend was, is ecne overtreding van het artikel.

4. De woorden in het artikel „de schrifturen van het kadaster" zijn algemeen en onbeperkt en omvatten mitsdien alle schrifturen van het kadaster, onverschillig waar ter plaatse zij berusten, hetzij ten kantore van bewaring, hetzij bij de gemeentebesturen ; de exemplaren dier schrifturen, welke in het archief der gemeente worden gedeponeerd, zijn buiten twijfel van het kadaster afkomstig en behooren uit dien hoofde mede als schrifturen van het kadaster te worden aangemerkt, zoodat ook de opgave daarnaar kan geschieden. Bovendien bevat art. 37 eene strafbepaling en behoort derhalve strikt te worden uitgelegd, zoodat bij de duidelijke bewoordingen der wet alle argumentatie uit administratieve verordeningen of uit de mindere zekerheid, welke de schrifturen van het kadaster, die bij de gemeentebesturen berusten, voor de belanghebbenden opleveren, buiten aanmerking behoort te blijven.

Arr. 21 Oct. 1853 W. 1482, N. R. XLVI § 34, 129, v. d. H. G. Z. XII 78, 1'. W. 2137, T. v. R. IX 401, Corr. XX 178, R. en W. IX 119, N. li. B. IV 1,

5. v. E. 269 (2e dr.) in strijd met conclusie adv -gen. Gregory ; bev. Rb. Zutfen 23 Juni 1853 W. 1452, W. B. A. 213, N. R. B. IV 1, R. en W. IX 119, T. v. R VII 402.

Anders:

Wanneer de wet op het not.ambt in art. 37 van „schrifturen van het kadaster" gewaagt, kan zij, die een uitvloeisel is van het B. W. en van

Sluiten