Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven ; deze discipline is eene buitengewone rechtsmacht, voor geen hooger beroep vatbaar, dan in de bijzonder aangeduide gevallen, zooals o. a. art. 11 en 28 Kegl. v. orde en discipl. voor de advocaten; maar de verklaring der Rb. mocht zij als eene handeling kunnen worden beschouwd, is ingevolge art. 99 W. R. O. aan voorziening in cassatie onderworpen.

In tegenstelling van het bij art. 54 aan het Op. Min. toegekende recht van vervolging, is bij art. 50 aan hetzelve alleen veroorloofd het ter kennis der Rb. brengen der daarbij omschreven feiten; bij gevolg onderzoekt de Rb. zonder vervolging en zonder requisitoir van het Op. Min., of de ter harer kennis gebrachte feiten al of niet voldoende termen opleveren, om den not. te berispen of te waarschuwen; deze buiten vervolging van het Op. Min. toegekende geheel discretionaire macht der Ub. sluit alle verzet van het Op. Min. uit.

Arr. (raadkamer) 3 Febr. 1860 N. R. LXIV § 12, 42, v. d. H. (31. Z. XVII 15, R. en W. XVI 365, S. v. K. 322 (2e dr.); bev. Pr. Hof Overijsel 14 Nov. 1859.

Belg. Hof v. Cass. 14 Juli 1854 vern. Rb. Yperen 8 Febr. 1854 1'. VV. 2236 : de not. die eene tastbare overtreding heeft begaan van eene wettelijke bepaling (.eene akte verleden ten behoeve van een persoon, die onbekwaam ig te verkrijgen) moet berispt worden.

'i. Een algemeene verplichting tot het verstrekken van inlichtingen aan den O ff', v. Just. is bij de wet nergens aan de notarissen opgelegd en is voor zoover zij volgt uit het aan de rechterlijke macht opgedragen toezicht uit den aard der zaak beperkt tot die inlichtingen, welke voor het uitoefenen van dit toezicht onmisbaar zijn;

bovendien wordt die verplichting beperkt door de aan de notarissen opgelegde geheimhouding omtrent den inhoud der akten overeenkomstig de wet;

derhalve had de Rb., alvorens in de weigering des notaris eene reden tot berisping te vinden, moeten treden in een onderzoek der omstandigheden, die tot de weigering geleid hadden, en daar zulks geen plaats heeft gehad moet het vonnis wegens verkeerde toepassing van art. 50 worden vernietigd.

Arr. 21 Scpt. 1888 W. 5626, N. R. CXLIX § 57, 352, v. I>. H. O. Z. XXXVII 403, P. W. 7715, W. N. A. 986, 988, 982 cf. eoncl. adv.-gen. Gregory W. 5629; vern. Rb. Maastricht 23 Juni 1888 W. 5626, 5627, W. N. A. 986, 988, R. Wv. N. 637.

Sluiten