Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP HET NOTARTSAMÜT. AUTT. 53—04.

de plaatsvervanger werd voor niet langer benoemd dan drie maanden, hoewel het verzoek van den not. strekte „totdat de reden der verhindering vervallen zal zijn."

Kb. Heerenveen lfi April 1898 W. 7151, W. N. A. 1499.

Art. r>4.

Van (le overtredingen dezer wet neemt, op de vervolging van het openbaar ministerie, de burgerlijke regter kennis.

De vervolgingen worden, wat den vorm van procedeeren en dus ook de bewijsmiddelen, mitsgaders wat de bevoegdheid tot hooger beroep en cassatie betreft, behandeld als strafzaken ter kennisneming van de arrondissements-regtbank des echter dat, omtrent het ophouden en te niet gaan van deze vervolgingen en omtrent de tenuitvoerlegging van arresten en vonnissen, de bepalingen van den Hsten titel eerste boek van het Wetboek van Strafrecht en van den lGden titel van het W etboek van Strafvordering mede toepasselijk zijn. (Rv. 854; Sr. CiH v; Sv. 335 v.)

1. De vonnissen gewezen naar aanleiding eener overtreding der Wet Not. Ambt zijn volgens art. 56 tweede lid als een door de Rb. ter zake van overtreding gewezen vonnis niet voor hooger beroep vatbaar.

Hof 's Bosch 28 Febr. 1894 W. 6489.

Anders:

Arr. 2 Juni 1842, vorm. in aant. 2 (indirect beslist.)

8. Art. 854 B. Rv. vormt geene uitzondering op den regel, dat naar art. 70 jft. 69 W. R. O. de provinciale hoven in hooger beroep als burgerlijke rechters oordeelen met vijf leden, daar art. 854 wel voorschrijft, dat de aldaar bedoelde zaken door den burgerlijken rechter op dezelfde wijze als correctioneele zaken zullen worden vervolgd en berecht, maar die bepaling niet ziet op de samenstelling van het college, hetwelk van dezelve kennis neemt, maar alleen op den vorm, waarin de zaken zullen worden behandeld en afgedaan.

Michkrls, Wet Notarisambt. 7

Sluiten