Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Res. 4 Sept. 1851 no. 62 P. W. 1823, T. v. R. VII 218, 8. v. E. 345 (2e dr.): overtredingen of afwijkingen van de wet, waartegen geen geldboete, schorsing enz. zijn bedreigd en die gevolgelijk geene gerechtelijke veroordeeling ten gevolge kunnen hebben, geljjk o. a. de overtredingen van art. 38 en 41, behoeven niet bij proc.-verb. geconstateerd te worden, maar do ambt. der registr. moeten zich bepalen tot eene officieele kennisgeving aan het Openb. Min.

6. — Res. 30 Juli 1853 n". 00 P. W. 1987, T. v. R. VIII 79, S. v.E.346: vermits de vervolging van overtredingen der wet op het Not.-ambt aan den Ofl'. v. Just. is opgedragen, moeten de ontvangers der registr. bij wie twijfel mocht ontstaan of in de hun voorkomende gevallen de wet al dan niet is overtreden zich in de eerste plaats voor inlichtingen wenden tot dien ambtenaar en wanneer zij zich met het gevoelen van den O tl', niet mochten kunnen vereenigen de zaak aan den directeur voorstellen, om door dezen zoo hij dit noodig acht, met zijne beschouwingen aan den Min. te worden medegedeeld.

— Miss. 25 Jan. 1845 n°. 44, Hes. tj Febr. 1845 n". 32 P. W. 2,1845 n". 140, T. v. R. I 98, Corr. V 22: ter verkrijging van inlichtingen betrekkelijk de wet op het Not.-ambt moet de notaris zich wenden tot den OH', van Just., onder wiens onmiddellijk toezicht hij staat maar niet tot het Dept. v. Just. of Fin.

7. — Res. 12 Jan. 1853 nu. 19 P. W. 1816, T. v. R. VIII 218: met uitzondering van de overtredingen van art. 37 al. 2 (vgl. aldaar aant. 10) moeten de ontvangers alle overtredingen iladelijk constateeren, en dit niet aan de hoofdambtenaren overlaten ; hierin nalatig, moeten zij door den directeur aan het Hoofdbestuur worden bekend gemaakt.

8. — Miss. 13 Juli 1843 n". 46, Kes. 22 Juli 1843 1'. W. 2/1843 p. 62, S. v. K. 346 (2e dr.): de hypotheekbewaarders beliooren niet tot de ambtenaren der registr. en zijn als zoodanig onbevoegd om overtredingen dezer wet bjj proc.-verb. te constateeren; wanneer hij tevens is ontvanger der registr., behoort hjj in die hoedanigheid te handelen: anders moet hij de bevonden onregelmatigheden ter kennis brengen van den hoofdambtenaar, met het toezicht over zijn kanton belast.

— Miss. 10 Oet. 1843 n<>. 29, Res. 20 Oot. 1843 n". 98 P. W. 1/1844 p. 47, 8. v. E. 347 (2e dr.): de ambt. der rog. zijn tot het dadeljjk opmaken van proc.-verb.evenzeer gehouden, indien aan hen, bij de grondige naziening van de hypotheekkantoren, mocht blijken, dat een not. bjj het, onder een door hem uitgegeven uittreksel of lo grosse, gestelde, is afgeweken van het daarvoor bij art. 40 al. 4 en 43 al. 2 vastgestelde formulier.

Sluiten