Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP HET NOTARISAMBT. ARTT. 65—67.

iloor hem in zijne vroegere hoedanigheid van het publiek in bewaring ontvangen en dienen daarom ook in het publiek belang aan zjjnen volgens de wet aangewezen opvolger over te gaan. Aan 't Op. Min. werd machtiging verleend om te onderzoeken of zoodanige papieren en stukken nog onder den tjjdelijken bewaarder berusten.

Art. 66.

Indien de overhandiging of overbrenging niet binnen de bij het vorige artikel bepaalde termijnen zal zijn geschied, zal de nalatige notaris verbeuren eene boete var ten hoogste tien gulden voor iedere ingegane week verzuim, en het openbaar ministerie bij de arrondissements-regtbank, na daartoe bekomen magtiging van dezelvs, verpligt zijn de overhandiging of overbrenging te doen plaats hebben; zullende de ver—«rt'erLg der Loete eerst eindigen, wanneer de overhandiging of overbrenging geheel zal zijn volbiagt.

1. Het art. geeft aan het Op. Min. de bevoegdheid de daar bedoelde machtiging van de Arr.-Rb. te vragen, zonder dat de uitoefening van die bevoegdheid door eene strafvervolging behoeft te worden voorafgegaan.

Pr. Hof Z.-Holland 5 Deo. 1874 verin, sub art. 65 aant. 2.

Art. 67.

De nieuw benoemde notaris zal hij de overhandiging, en de naar aanleiding van art. 69 met de bewaring der minuten belaste notaris bij de overbrenging, onder het laatste der overgelegde repertoria eene verklaring van de overneming der minuten, registers en repertoria stellen.

Indien er eenige van deze ontbreken, zullen zij daarvan, met aanduiding van derzelver jaartal en nummers, uitdrukkelijk melding maken.

Van deze verrigtingen zal telken reize een proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een afschrift zal worden gegeven aan den notaris, welke de overhandiging of overbrenging zal hebben verrigt.

Gewijzigd bij art. 11 der Wel van G Mei 1878 (Stlil. n°. 2!)'i

Sluiten