Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,1e schuldenaar /.oude zich dan ten o|>/.iclit<' van den not. vergeefs beroepen op een beding in de acte voorkomende, dat de kosten ten laste van een ander zouden zijn, en was in weerwil van dien alleen omdat hij was principale partij in die acte, tot betaling van honorarium en verschot aan den not. gehouden, terwijl deze bij analogische toepassing van art. 184!) 1!. W. tot aan de betaling de onder hem berustende stukken, niet name de betwiste grosse kan terughouden.

1(1). 's Uosch 19 Mei 185*2 11. en W. IX 004. T. v. U. X. 120: de notaris, aan wien als zoodanig door iemand eenige werkzaamheden en verrichtingen worden overgedragen, moet als lasthebber van deze aangemerkt worden, zoodat hij zijn honorarium voor het geheel op zijn lastgever kan verhalen, al heelt deze ook als lasthebber gehandeld en van die lastgeving behoorlijk doen blijken.

In gelijken zin Kb. Iteauvais 19 Juli 1871 \V. N. A. 122.

De aard der betrekking van notaris brengt mede, dat, wanneer zijn ministerie wordt ingeroepen oni aan iemand een hypotheek te hezorgen, alle werkzaamheden die daarmede in verhand staan, zoowel die welke aan het verlijden der akte voorafgaan, als die welke daarop volgen, en alzoo (Kik het in ontvangst nemen en overbrengen van gelden aan den geldopnemer, worden verondersteld voor loon te worden verricht, en een notaris voor dergelijke verrichtingen ook gerechtigd is salaris in rekening te brengen, en zulks vooral waar, gelijk in casu, die werkzaamheden in zoo nauw verband staan tot, en als het ware één geheel uitmaken met de werkzaamheden, waarvoor in elk yecul loon verschuldigd is.

Itb. s-Roseh 4 Ort. 1880. N. 1!. lt. 1881 ('. 40, zie ook sub Hol' Arnhem 15 Maart 1881 W. 4025 en sub II. It. 24 Jan. 1881 \V. WO".

Anders:

Itb. Rotterdam 3 Maart 1802 W. 2400, II. en W. XV 448. N. N. II 255, N. It. 11. X111 05, S. v. K. (2e dr.) 441, ook verin, sub art. 'J aant. 1 . waar onder art. 1 der Wet van it Juli 1842 niet is opgenomen het bezorgen van gelden op hypotheek, noch het opmaken van onderhandsche akten, mag de notaris daarvoor geen honorarium in zijn hoedanigheid van notaris in rekening brengen en komt hem ook de bijzondere manier van procedeeren niet toe, daar den notarissen bij art. 8 uitdrukkelijk verboden wordt voor honorarium andere posten in rekening te brengen dan die betrekking hebben tot werkzaamheden, welke door den notaris als zoodanig zijn verricht.

Sluiten