Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vgl. ook Hl». Rotterdam 11 Juni 1888, verin. sul> art. 18 aant. I : het ontvangen en garandeeren van kooppenningen hij opcub. vork. van roer. goed. belioort niet tot de werkzaamheden van den not. als zoodanig verricht; Ktgr. Groningen 17 Sept 1883, verin, sub art. 9 aant. 1 en verder het aang. sub art. 9.

:i. Voor eenigen verkoop ten overstaan van een notaris is alleen hij, die last geeft tot veiling, des notaris cliënt; doch, die verkoop door aankoop besloten zijnde, wordt de verhouding gewijzigd, zoodat de verplichting tot betaling der kosten eo ipso op den kooper overgaat, «•n zulks niet alleen volgens bilateraal contract van koop en verkoop, zulks stipuleerende, maar krachtens de wet, zoowol bij verkoop notarieel als onderhands; de gebruikelijke tijdsbepaling (tot betaling der kosten van den verkoop binnen acht dagen ten kantore van den notaris) is geenszins te beschouwen als een beding van dien aard, bedoeld bij art. 22 W. Not.Ambt.

Uosch. Pres. Rb. Groningen Maart 1870, \V. 3241, \V. N. A. 39, Gorr. VII 447, N. N. X 71, R. W. v. N. 51, ook verin. W. Not. Ambt. sub art. ±1 aant. 3.

Anders;

Goncl. Off. v. Just. hij die Rb.: hot beding tot betaling der kosten is een beding tusschen verkooper en kooper, waaruit do notaris als derde geen bevoegdheid kan ontleenon : wanneer uit dat beding de not. het recht kreeg om direct tegen den kooper te ageeren tot betaling van zijn salaris en terugvordering zijner verschotten, zoude dit zijn oeiie bepaling ten voorileele van den notaris, nietig krachtens art. 22 \\'. Not. Ambt; cf. S. v. K. in W. N. A. 39.

Vgl. Rb. Groningen 12 Oct. 1877, verm. sub art. 10 aant. 2 (implicito beslist.)

4. In de declaratie moet afzonderlijk worden opgegeven: liet aantal vacatiën hot loon der getuigen, bet getal dor gebruikte zegels en der beschreven bladzijden zoomede het bedrag der betaalde registratie en overschrijviiigsrechten.

Voor de daarbij in rekening gebrachte verschotten moeten de notarissen quitantiën overleggen.

Miss. 4 Sept. 1871 n°. 02, l>. W. 0041, R. W. v. N. 152.

5. Ue verhouding v. d. not. als zoodanig tot zijn cliënt — niet van contractueelon aard en allerminst die van lasthebber zijnde, is geen rente van verschotten verschuldigd, tenzij die bedoeld bij art. 1280 li. W.

S. v. E. (3e dr.) sub art. 8. Vgl. ook Rroekman R. en W. XVI, Mr. Achtkisherg W. N. A. 1166.

Sluiten