Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 9.

Hij weigering of verzuim van betaling, worden deze rekeningen, oji de wijze hierna bepaald, aan taxatie onderworpen.

Voor werkzaamheden ten behoeve ven personen die liet vrije beheer over hunne goederen niet bezitten, alsmede van onbeheerde of onder het voorregt van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschappen, behalve in het geval dat voor de akten in art. 1 vermeld geen hooger honorarium dan het daarbij gestelde maximum wordt berekend, mitsgaders met uitzondering der akten, vermeld in art. 2, heeft eenc specificatie en taxatie der door den notaris opgemaakte rekening altijd plaats.

I. Alleen in het geval dat de notaris in zijne qualiteit werkzaamheden verricht heeft, komt hem liet voorrecht der bijzondere manier van procedeeren toe.

llb. Hotterdam 3 Maart 1862, verin, suli art. 8 aaut. 2.

In gelijken zin :

Hescli. Pres. llb. Rotterdam 2 Febr. 1 St»7, verm. sub art. lt aant. 1 : de rekeningen van notarissen, ter taxatie aangeboden mogen, geene andere posten inhouden dan de zoodanige, welke betrekking hebben tot werkzaamheden, welke door den notaris als zoodanig zijn verricht.

Ktgr. tironingen 17 Sept. 188:t AV. 41178, lt. \V. v. N. 488 : volgens de wet van :il Maart 1842isde notaris o|>enbaar ambtenaar, heelt als zoodanig werkzaam lieden te verrichten en voor de werkzaamheden als zoodanig door hein verricht mag geene andere belooning worden in rekening gebracht dan liet tarief, vastgesteld bij de wet van 1847, bepaalt; evenwel bij het tot stand komen der wet van 1847 was blijkens de schriftelijke behandeling niet alleen zeer goed bekend, dat de notarissen gewoon waren nog andere werkzaamheden te verrichten dan die in de wet van 1842 zijn omschreven, maar met opzet zijn voor de belooning dezer werkzaamheden geen bepalingen in het tarief opgenomen en wel voornamelijk, omdat dit onnoodig scheen daar ieder die of in persoon kan verrichten of aan ieder ander persoon kan opdragen, waarbij, zooals het heet in de Mem. v. Toel. de ingezetenen een geheel vrije en uitgebreide keus hebben; de juistheid hiervan blijkt ten overvloede hieruit, dat de wetgever dan ook om die reden niet overnam de liepp. van liet voorloopig tarief (K. lt. 25 Sept. 1844 S. 48), die betrekking luidden op werkzaamheden, die wél de notarissen gewoon waren te verrichten maar niet als zoodanig;

ter zake van die werkzaamheden kunnen dan ook de vordering der not.

Sluiten