Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(X 1 8 Kebr. 1851 mi. 38 1'. W. 1733: volgens liet hier te lande executoir verklaarde edict van Kebr. 1771 ontleeneii de notarissen, thans in plaats van de j ures-, iriseurs uit hunne betrekking zelve de bevoegdheid lot het ontvangen der kooppenningen bij verkoopingen a contant; die bevoegdheid belet evenwel den eigenaar of den verkooper niet om zelfde kooppenningen te innen of die aan anderen op te dragen.

Cf. Der. 27 Sept. 1854 no. 10 P. W. 2425. Sol. 29 Dec. 1857 no. 39 P. W. 3031 4 Sept. 1858 110. 52 P. W. 3231, Hes. 30 Aug. 1859 no. KJ8 P. W. 3458.

Rb. 's-Bosch 21 Sept. 1853 W. 1547, II. en W. X 465, T. v. R. XI 367: de notaris, die mobilia verkocht en aan zijne mandanten betaald heeft, kan niet ten zijnen name betaling van den koopprijs van de koopers eischen, ook wanneer de in bet alhier executoir verklaard arreté van Nivóse aangehaalde woorden van het edict van Kebr. 1771 : «recevront les deniers provenant des dites ventes, quand même les partjes y appelleraient d'autres huissiers», welke uitsluitend betreffen de jtirés priseurn vendeurn de meiibles, moeten worden uitgestrekt tot notarissen enz.

Rb. Arnhem 5 Jan. 1874 W. 3693, W. N. A. 217, PW. 6401 : de last tot ontvangst, der kooppenningen aan den notaris, is verstrekt aan hem in privé en niet als inhaerent aan de verkoopso|idracht, daaruit voortspruitende en daarmee samengaande krachtens zijn qualiteit van notaris;

art. 5 van bet edict van Kebr. 1771 bedoelt het geval dat de kooppenningen dadelijk bij den verkoop moeten worden betaald, hetgeen niet het geval is wanneer de betaling is gestipuleerd ten kantore van den notaris aan den verkooper zelf of zijn daartoe gemachtigde en alzoo na den verkoop.

Rb. Xutfen 8 October 1885 W. 5294, li. W. v. N. 570, W. N. A. 874: al mocht de gewoonte bestaan, dat bij publ. verkoop van roer. goed de notaris stilzwijgend de verplichting op zich neemt voor de kooppenningen te garandeeren, dan is dat gebruik evenwel niet van dien aard, dat «le not. zonder zich uitdrukkelijk verbonden te hebben, tot die garantie krachtens de wet is verplicht, daar die verplichtingen volstrekt niet in den aard der notarieele ambtsverrichtingen gelegen is.

Rb. Breda 14 Kebr. 1888 W. 5551, P. W. 4169, W. N. A. 963, P. v. .1. 1888. 30, R. W. v. N. 623: deze voorschriften dragen bijna uitsluitend een fiscaal karakter; immers art. 5 van het edict van Febr. 1771 (waarin het recht om de kooppenningen te ontvangen voor het eerst wordt toegekend) staat blijkbaar in verband met art. 6 van dit edict, waarbij de jurés-vendeurs bevoegd werden verklaard hun loon van die kooppenningen af te houden en bedoelden de waarde van dergelijke ambten bij verkoop er van door den Staat te verhoogen en blijkens de consideratie van de arrêtés van Kructidor en Nivose voor «le recouvreinent d'enregistrement en de timbre»;

Sluiten