Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

procés-verbal, avec indication (Ie l:i «late de 1'inventaire, du noiii nu nntaire qui y aura procédé, et de la quittance de 1'enregistrement.

4. Horwol bij onderscheiden Fransche wetten dejurés-priseurs, notarissen enz. niet uitsluiting van bijzondere personen tot het houden van deze verkoopen zijn bevoegd verklaard, komt nochtans in deze verschillende wetten geen enkele bepaling voor, welke zou kunnen aanduiden, dat de bedoeling daarvan is 0111 aan de gedachte personen eenige vrijwillige jurisdictie op te dragen, ni. a. w. hun de bevoegdheid toe te kennen om de stipulatiën tusschen partijen te constateeren, veelmin om daaraan liet karakter van authenticiteit te geven. (Of. Rb. Maastricht 12 Oct. 1882 infr. cit.);

daarentegen toonen de weinige formaliteiten voor deze processen-verbaal duidelijk het tegendeel aan, blijkende bovendien duidelijk dat de strekking dier wetten geene andere dan eene fiscale is.

Trouwens gaan al deze wetten van de veronderstelling uit, dat deze verkoopingen alleen plaats hebben met dadelijke levering tegen contante betaling, hoedanig alleen het den huissiers-priseurs, — in welker attributen ten opzichte dezer verkoopen, de deurw., griff. en not. zijn getreden — volgens het oude recht vrijstond te verkoopen, blijkens eene akte van notorieteit van het Chatelêt te Parijs van 15 Mei 1703, in de toepassing bevestigd bij een arrest van het Parlement van 25 Xov. 1763, waarmede overeenkomt art. 624 Code de Proc. Civ.; gelijk dit insgelijks bevestigd wordt door twee arresten van het Hof van Parijs van 10 Juni 1816 en 26 April 1830, zonder dat hiertegen iets kan afdoen, dat, ook in Frankrijk, gezegde personen meermalen mobilia op crediet verkochten blootelijk met inachtneming van de bij gezegde wettelijke bepalingen voorgeschreven vormen, daar zij alsdan geacht moeten worden de gevaren daarop of voor hunne bijzondere rekening of voor die hunner lastgevers te hebben genomen.

Hof Overijsel 4 Mei 1840 N. li. V 11)8, T. v. II. III 409, vern. Rb. Almelo 2 Jan. 1840.

In gelijken zin :

Hof Leeuwarden 12 Mei 1886 W. 53(14, R. W. v. N. 589, het proc.-verbaal, hetwelk de louter fiscale wet van Pluvióse eischt, draagt ten aanzien van de keuze van woonplaats als voorwaarde van verkoop geen voor de koopers verbindend karakter.

Sluiten