Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anders: P. W. 1883, S. v. E. (2c «lr.) 4X0: beide, veiling en toewijzing vormen een eenige akte.

Vjrl. het aanget. sul) art. 2 aant. 1.

8. De woorden toewijzing (adjudication) en toegeirezen (adjugé) beteekenen niets anders dan zoodanige handeling, bij welke in eenigerlei opzicht eigendoras-overgang plaats heeft; waaruit volgt dat stilzwijgend is toegelaten, dat niet toegewezen maar ingehouden voorwerpen niet op het verbaal worden vernield.

Art. 10 heeft door alle strijdige bedoelingen af te schaffen, derhalve mede afgeschaft alle vroegere bepalingen betrekkelijk de bij deze wet bedoelde verkoopingen, bepaaldelijk de verordeningen van het uitvoerend bewind van 27 Nivóse V, betrekkelijk de opneming van alle ten verkoop uitgestalde artikelen op boete van 1000 livres.

Rb. Middelburg 9 Nov. 1842, P. W. 2/1845 no. 215, R. R. VI 33, N. R. NV. t; 41, 153, S. v. E. (2e dr.), 481; rf. Res. 10 Jan. 1843 no. 08, P. W. 2/1845 no. 215.

9. Vóór de eerste zitting, de voorloopige toewijzing, moet de aangifte worden gedaan, doch het is niet noodzakelijk een proces-verbaal op te maken, indien men tracht tot verkooping over te gaan, maar tengevolge van te geringe opbieding niets verkoopt en de definitieve verkooping tot een lateren dag uitstelt. De woorden «procès-verbaux de vente» laten geen andere opvatting toe, dan die volgens welke slechts ingeval er is toegewezen een proces-verbaal moet opgemaakt worden.

Res. C Nov. 4889 no. 14, P. W. 7912, ook verm. sub. art. 2 aant. 1.

Cf. Res. 23 Nov. 1883, no. 57, P. W. 0901: weliswaar heeft over het algemeen het woord »vendre" in deze wet de beteekenis van te koop aanbieden, doch dit brengt nog niet mede, dat in art. 5 onder „procés-verbal de vente" niet moet worden verstaan het geschrift hetwelk de toewijzing der geveilde goederen constateert, daar ook uit het verband tusschen dat art. lid 2 en art. 0 mag worden afgeleid, dat de wet de opmaking van een proc.-verb. niet eischt wanneer er geen toewijzing van eenig voorwerp heeft plaats gehad.

lO. De woorden „de suite" kunnen zoowel de rangorde als de onmiddellijke opteekening in het proc.-verb. bedoelen, omdat zij beiderlei beteekenis hebben en in casu moeten hebben, daar de onmiddellijke opteekening in het proc.-verb. overeenstemt met de kennelijke bedoeling

Sluiten