Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Itl). Arnhem 27 Sept. 188t>, VV. 5385, W. N. A. 8<I8, I'. W. 7541, I!. W. v. X. .>8;$; cf. lies. :t Aug. 1808 110. 18 I'. \\". 0125: uil verschillemle artt. «Ier wet (o. a. art. 7| blijkt, dat de bepalingen omtrent het droit d'acte daarbij niet kunnen toegepast worden. Nu de toewijzing der volgens de acte afgekeurde artikelen blijkbaar heelt plaats gehad, was het recht deswege volgens art. 7 al. 4 verschuldigd en zou, indien het niet reeds op de acte was geheven, bij dwangsehrift kunnen worden ingevorderd.

t.f. P. v. E. in A\. N. A. over de quaestie wat de beteekenis is van „prix."

•1. De straf bepaling van art. i. al. 4, treft geenszins liet geval, (lat in het geheel geen proe. verb. is opgemaakt.

lll>. 's Bosch l(i Febr. 1883, P. W. 6062.

4. De wetgever heeft de oplegging der boete van art. 7 niet beperkt tot liet geval van valsehheid, hetzij materieele, door verandering van den prijs na het passeeren der acte, hetzij intellectueele door een anderen prijs te vernielden dan werkelijk bedongen is, maar heeft kennelijk ook door de algenieene beteekenis van het woord ,,altération" op het oog gehad zoodanige alteratiën, die, hoezeer ter goeder trouw, toeh de schatkist benadeelen (in casu het niet vermelden dat zekere jiercenten tot goedmaking der kosten zijn bedongen.)

Rb. Arnhem, 22 Nov. 1860, I'. W. 5652;

<.t. Ilb. Maastricht. I.'! Febr. 1870, I'. \V. 0510, waarbij tevens is beslist, dat de niet-vermelding van opgeld in het proc. verb. geen altération de prix is, als niet vaststaat dat opgeld bedongen is, al mocht ook kunnen bewezen worden dat door den ambtenaar, die de verkooping hield, zekere percenten boven den koopprijs zijn gevorderd en ontvangen; cf. Miss. 15 April 1870 no. 8, I'. W. (551;

Ites. 0 Nov. 1857, I'. \V. 3030: wanneer niet alle ongelden in de akte worden vermeld, wordt de ware prijs niet vermeld en is de boete van art. 7 toepasselijk; doelmatig is de betrokken ambtenaren vooraf daarvoor te waarschuwen. Cf. Hes. ti Aug. 1800, 110. 3, I'. \V. 5555: dat in art. 7 alleen wordt gesproken van „altération de prix" belet in dat geval de vorderbaarheid der boete niet, vermits de strekking van het art. geen andere kan zijn dan om den ambtenaar te straffen, die den grondslag voor de berekening van het registratierecht niet overeenkomstig de werkelijkheid in het proc.verb. uitdrukt.

•V De gelijktijdige executoir-verklaring alhier der arrêtés van Fructidor en Nivose kan aan die arrêtés geen meerdere kracht geven dan

Sluiten