Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. A, B.

6. Zeven ijzeren stempels tot het slaan van de vroedschapspenningen.

7. Rood fluweel en kussen met geborduurd stedelijk wapen en afhangende gouden kwasten.

N.B. Op dit kussen werden den 25 October 1811 aan Napoleon I, bij zijn bezoek aan Delft, de sleutels der stad aangeboden.

8. Wit katoenen vlag waarop is afgebeeld het Delftsche wapen, lig. 0.50 M., br. 0.62 M.

N.B. Deze vlag werd, bij brand des daags, gedragen in do nabijheid van den opperbrandineester om diens plaats aan ieder kenbaar te maken.

9. Achtzijdige lantaarn hangende in een beugel aan een stok. Hg. 0.32 M., br. 0.30 M.

N.li. Deze lantaarn had dezelfde bestemming bij nacht als de hier voorgenoemde vlag.

10. Twee korte sabels met koperen gevest en zwart lederen schede.

N.B. Deze sabels werden gedragen door de Delftsche politie.

B. RECHTSPLEGING.

1. Houten kruis op poot en, bestaande uit een langwerpig stuk hout met eene holte voor het hoofd en zijbalken voor de armen en beenen van den veroordeelde, benevens ijzeren koevoet, lig. 0.45 M., lg. 2 M., br. 1.80 M.

N.B. Op dit strafwerktuig werd de veroordeelde uitgestrekt en levend geledebraakt, zoodanig dat er do dood op volgde.

2. Houten klok, voorzien van ijzeren banden en handvatsels, waarin aan de bovenzijde een ronde opening met ijzeren beugels (waarvan nog een aanwezig). Hg. 1.10 M., br. 0.60 M.

N.B. Dit voorwerp, de „houten huik", vroeger beschilderd met de wapens van Hollanden Delft en met het opschrift: „Om mijn quaet redjement dat ick liebbe misdaen, daerom moet ick met dese heuick gaen1' en het jaartal 1620, diende tot straftuig voor overspelige mannen, die met deze huik — nabootsing van hot kleedingstuk der vrouwen — over de schouders langs de straten ter bespotting werden rondgeleid.

Ygl. Mr. J. Soutendam, De houten huik of mantel. In: Delftsche Courant 1879 n°. 40 en Van Bleyswijck, Beschrijving van Delft, hl. 121.

Sluiten