Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun land aan hun lievelingsvriend en zoo gebeurde het dat na eenigen tijd al het land in handen van drie jongens was. Dit leidde

4°. tot een systeem van landmonopolie. De overige 47 knapen verzetten zich daartegen en de landmonopolisten stonden een gedeelte van den minder vruchtbaren grond af.

Ook de wetgeving onder de knapen had een zeer primitief karakter. Ze herinnerde aan den dorpsgemeenteraad. Wetten werden slechts gemaakt als de noodzakelijkheid het eischte. Zoo werd er een datum vastgesteld voor het begin van den oogst, want de hebzucht van enkele jongens had er toe geleid dat de hoofdopbrengst in handen van eenige weinigen kwam. Hunne rechtspleging, zoo besluit Mr. Johnson, geleek op die der wilden. Den afloop van een geding lieten zij, over aan het toeval of het geluk. Ieder plichtverzuim, dat nadeelige gevolgen voor anderen had, werd onmiddellijk bestraft. Wat de beslissing betrof werd geappelleerd aan het oordeel der omstanders. Alle kolonisten stemden mondeling over gelijk of ongelijk in eene rechtszaak.

Als ruilmiddelen (in plaats van geld) gebruikten zij gewoonlijk eieren, kersen, kruisbessen, wijndruiven enz. Een knaap ruilt bijv. een soort eieren in tegen een andere. Maar de zaken werden zoo ingewikkeld, dat de knapen het getal der betalingen verminderden en mondeling hunne aanspraken van den één op den ander overdroegen. Dit stelt aanschouwelijk voor de wijze, waarop de overdraagbare wissel ontstond. De lust tot verkwisting bij eenige jongens leidde tot de oprichting van spaarbanken, Een knaap zag bijv. in dat het hem niet mogelijk was geld te sparen, zoolang hij het in eigen beheer had en gaf het daarom aan een vriend in bewaring; zoo scheen

Sluiten