Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekenis van het spel voor de vorming van het moreele oordeel van het kind. „De vriend, dien ik graag zou willen hebben," zoo schrijft een jongen van 13 jaar, „moet er een zijn, die niet bedriegt bij het balspel. Ik heb een hekel aan een jongen, die zegt: „je hebt twee slagen" als je er maar één hebt. Waarheidsliefde staat op de derde plaats onder de moreele eigenschappen, die als gewenscht opgegeven worden. Hierbij overtreffen de meisjes de jongens en met toenemenden leeftijd wordt deze eisch vaker herhaald. Dan volgt bestendigheid: „Ik houd van een vriend, die achter mijn rug zich in alles even goed over mij uitlaat als in mijn gezicht, niet van een, die alleen zegt, dat hij me graag lijden mag om iets van me gewaar te worden of iets van me te krijgen en die dan weggaat en leugens van me vertelt." Dit is het ideaal der bestendigheid van een jong meisje. Bestendigheid is evenals zachtheid een bij uitstek vrouwelijke eigenschap en staat slechts op het verlanglijstje der oudere kinderen. Onbaatzuchtigheid neemt de vijfde plaats in onder de moreele deugden, liefde de zesde, bescheidenheid de zevende, gehoorzaamheid de achtste en moed de negende. Slechts 5 jongens en 23 meisjes zijn gesteld op een godsdienstigen vriend.

Een vriend, die niet ruw of twistziek is, wordt door 418 kinderen begeerd, voornamelijk meisjes. Lust tot spelen wordt als eigenschap vaker geëischt door jongens dan door meisjes, maar deze eisch treedt bij beide in de latere leerjaren hoe langer hoe minder op. Alle soorten van spelen worden duidelijk omschreven. Een meisje van 12 jaar laat zich aldus uit: „Ik heb het liefst een vriendinnetje, dat klimmen kan en waarmee ik heel wild kan stoeien."

Sluiten