Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de bijzondere voorliefde voor het een of ander beroep te ontdekken evenals de beweegredenen, die er toe leidden aan de eene bezigheid de voorkeur te geven boven de andere. De taak werd opgegeven in een geïmproviseerde taalles en had het verrassend resultaat, dat bijna iedere beroepsklasse, die in den staat vertegenwoordigd is, hare liefhebbers telde. De ouders van sommige der kinderen waren landbouwers, ambachtslieden en fabrikanten; enkele hadden thuis hun werk of arbeidden als daglooners, weer andere vonden hun brood in handel of verkeer, slechts weinige behoorden tot den geleerden stand.

Zooals gezegd, bedroeg het aantal der ondervraagde kinderen 1755, waarvan 873 jongens en 882 meisjes. Onder de gekozen beroepen staat het onderwijs bovenaan. 43 °/o der meisjes en 4 °/o der jongens vonden hun ideaal in onderwijs geven. Op meisjes van negenjarigen leeftijd schijnt deze werkkring de meeste bekoring uit te oefenen — 54°/o kozen hem — de minste op meisjes van 16 jaar, van welke slechts 28 °/o onderwijzeres wenschten te worden. Bij de jongens neemt het aantal van hen, die zich het onderwijs tot levenstaak wenschen te kiezen tot het tiende jaar toe; van af dien leeftijd wordt hun aantal steeds minder, zoodat van de 15-jarigen slechts 1 °/o dit vak kozen.

Indien het geoorloofd is, dit onderzoek te beschouwen als eene vingerwijzing voor de toekomstige taak van de tegenwoordige schoolbevolking, dan schijnt alles er op te wijzen, dat in latere jaren het onderwijs in hoogere mate dan thans in handen van vrouwen zal zijn. De andere geleerde beroepen — het geestelijke, geneeskundige en rechtsgeleerde — konden het slechts brengen tot 21 °/o der jongens en 8 °/o der meisjes.

Sluiten