Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te hebben van het groote belang van het voeren eener huishouding. Zij is zulk een uitzondering en hare logica is zoo eigenaardig, dat ik haar antwoord hier onverkort nederschrijf:

„Ik zou gaarne goed willen kunnen huishouden of koken, dan kon ik genoeg verdienen, om mijzelf te onderhouden. Als ik vader en moeder had kon ik hen helpen door hen te ondersteunen. Het is zeer mooi als men goed koken en huishouden kan. Er zijn zooveel vrouwen, die in het geheel niet kunnen koken."

De veronderstelling lag voor de hand dat onder 900 schoolmeisjes tusschen 8 en 16 jaar er eenigen zouden zijn, die in plaats van een beroep te kiezen, zouden verklaren dat ze later gingen trouwen. Tot mijne niet geringe verbazing gaf geen der meisjes dit antwoord, maar vier jongens deelden mede dat ze geen beroep kozen maar gingen trouwen, als ze groot waren.

Het scheen van niet minder belang de beweegredenen te leeren kennen, die kinderen leiden bij de keus van een beroep. Te dien einde werd ieder kind verzocht mede te deelen waarom het juist dit en geen ander beroep koos. „Omdat ik er van houd", hoe weinig zeggend ook, werd door bijna 30 °/o der jongens en meer dan 44 °/o der meisjes als reden opgegeven. Het tweede motief is het geld. 44 °/« der jongens en 24 °/o der meisjes kiezen het een of ander beroep met het oog op de daaruit voortvloeiende verdienste. Met toenemenden leeftijd treedt deze reden bij jongens veelvuldiger op, terwijl zij bij meisjes afneemt.

Mrs. Hattie Hason Willard, die een uiterst grondig onderzoek ingesteld heeft naar de toekomstdroomen van Californische schoolkinderen vond dat het geld aan het

Sluiten