Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstellingen, die leiden tot het oprichten van eene blijvende vereeniging.

Terwijl de beknoptheid van deze studie niet toelaat eenige meer omvattende generalisaties van practische waarde of een kritiek dier organisatievormen, met welke de Amerikaansche kinderen zich het liefst bezig houden, te rechtvaardigen komt het den schrijver toch niet ongewenscht voor eenige der voornaamste gevolgtrekkingen, die er uit te halen zijn, in het volgende samen te vatten.

1. Amerikaansche kinderen, die men laat begaan, vormen organisaties. Deze lust tot organiseeren treedt ongelijkmatig op en op een groot aantal kinderen mist ze allen invloed. Toch bestaat zij en omvat in kleinere steden de meerderheid der kinderen. Of deze neiging aan den kinderlijken leeftijd in alle landen eigen is, dan wel of zij een gevolg en een neerslag is van onze democratische instellingen is een vraag, die slechts op te lossen is door een onderzoek aan een groot aantal niet-Amerikaansche scholen. Kunnen we geloof hechten aan het geringe litteraire bewijsmateriaal dat we bezitten, dan heeft de laatste hypothese veel kans op juistheid. Een grondig onderzoek der opstellen en besprekingen met onderzoekers op het gebied der jeugd versterkten Tarde (6) en Baldwin (1) in hunne meening dat nabootsing de belangrijkste factor in het sociale proces is. Dit kan hier slechts als dogma uitgesproken worden, later hopen we het aan eene meer uitvoerige behandeling te onderwerpen.

2. Meisjes vertoonen sterker altruïstische neigingen dan jongens en komen gemakkelijker onder den invloed van godsdienstige en philanthropische gezelschappen.

3. Meisjes laten zich bij de vorming harer organisaties gemakkelijker leiden door de motieven van volwassenen.

Sluiten